zondag 9 september 2012

Stemadvies?

LinguaLog gaat het deze week níét over de politiek hebben. Zij denkt dat het voor u een verademing is om eens iets anders te lezen.
We gaan nog even door met lengterecords. Van zo ongeveer alles worden tegenwoordig lijstjes bijgehouden. Zo heeft men woorden gezocht met zo veel mogelijk klinkers, en het record was kraaieeieren. Helaas is deze wondermooie combinatie de nek omgedraaid bij de spellingwijziging van 1995, toen die vreselijke tussen-n ingevoerd werd. Waarom LinguaLog deze vreselijk vindt, komt in een latere column vast nog wel eens aan de orde. Hoe dan ook, die lol is er tegenwoordig van af.
Gelukkig bestaan er nog wel lange medeklinkercombinaties, tenzij de Taalunie ineens een tussen-e gaat verzinnen. In 2015 komt er weer een spellingwijziging, dus wie weet.
Vanouds kennen we het woord angstschreeuw, met acht medeklinkers op een rij. Langer kan ook nog: slechtstschrijvend, met negen medeklinkers, de overtreffende trap van slechtschrijvend. Helaas staat dit niet in het Groene Boekje. Slechtlopend en slechtziend wel, en dus hebben we hier weer een geval van spellingloterij, waar het Groene Boekje zo rijk aan is. Daarover ging een eerdere column van LinguaLog.
Tien medeklinkers kan ook nog: borsjtsjschranser. Borsjtsj is een Russische bietensoep. In het Russisch heeft dit woord maar vier letters: het Russisch heeft voor sjtsj één letter, щ. Borsjtsj staat ook in het oosten van Duitsland op de menukaart, en daar heet het Borschtsch, met acht medeklinkers. Wat dit woord zo bijzonder maakt, is dat het, in tegenstelling tot de eerder genoemde woorden, níét samengesteld is. Borsjtsjschranser heeft in het Duits zelfs 12 medeklinkers: Borschtschschlemmer.
Nou is Borschtsch een leenwoord. Er zijn talen die inheemse woorden/namen hebben die uitsluitend medeklinkers bevatten. Het Kroatische eiland Krk is zo'n voorbeeld. Het woord is trouwens gemakkelijk uit te spreken vanwege het bijzondere karakter van de r: je voegt bijna automatisch een stomme e (schwa) in, en dan is het effect van die medeklinkers weg.
Het Welsh staat bekend om zijn bijzondere woordbeeld: je komt onderweg wegwijzers tegen naar Pwll en Bwlch, met alleen medeklinkers dus. Record is Cwmtwrch, een samengestelde naam trouwens: dal van het wilde zwijn. De oplossing van deze combinatie is heel eenvoudig: in het Welsh wordt de w als oe uitgesproken! Jammer misschien, maar er zijn ook nog gewone mensen op de wereld, niet alleen taalkundigen.
Tot slot toch nog een stemadvies: LinguaLog raadt u aan te stemmen op een partij die de moed heeft om van de Taalunie te eisen om de verplichte, en soms volstrekt onwetenschappelijke tussen-n de nek om te draaien, én om combinaties als slechtschrijvend officieel toe te staan. Hierdoor wordt de arbeidsvreugde van recordzoekers en columnschrijvers zeer vergroot!

zondag 2 september 2012

Spatiebalk

Vorige week schreef LinguaLog over langewoordenfobie: de belangrijkste toets op de computer lijkt tegenwoordig de spatiebalk te zijn. Een woord wordt tegenwoordig algauw lang gevonden, zoals blijkt uit het nieuwe logo van het Rijksmuseum. Soms leidt dit tot komische situaties, en er zijn mensen die dit soort juweeltjes verzamelen. René Dings heeft hierover een boekje geschreven: Weg om legging. Enkele voorbeelden: ‘Buiten band kopen, binnen band gratis.’ Of: ‘Dames hakken, 5.95’. Er is ook een website, genaamd Signalering Onjuist Spatiegebruik, waar je fout spatiegebruik kunt melden. LinguaLog vindt de toon van de site net iets te bozig, maar ze hebben wel gelijk.
Er zijn ook mensen die er een sport van maken om zo lang mogelijke woorden te zoeken. Die woorden maken vaak een gekunstelde indruk. LinguaLog heeft zelf verzekeringsagentenfietsverzekeringsoffertevergelijking verzonnen: 54 letters, 55 aanslagen vanwege de ij. Het is misschien een leuk kunstje, maar neemt u het vooral niet al te serieus. De tijd dat verzekeringsagenten op de fiets komen is lang voorbij, want je imponeert je klanten meer met een dure leasebak dan met een kekke, al dan niet elektrische, fiets.
Maar woorden van ruim 30 letters zijn helemaal niet zo ongewoon: kunstnijverheidstentoonstelling, 31 letters; arbeidsongeschiktheidsverzekering, 33 letters. Prima te lezen, en het is niet nodig ze in drieën te knippen.
De Duitsers kunnen er ook wat van. Het Duits heeft de neiging, in tegenstelling tot het Engels, om woorden juist aan elkaar te plakken: Großbank, Rotwein, Rohkost. Het laatste hebben wij overgenomen als rauwkost, een germanisme waar sommige mensen nog steeds van gruwen.
Echt lange woorden worden ook in het Duitse taalgebied verzameld. LinguaLog kwam tijdens de vakantie een alleraardigst boekje tegen: Unnützes Sprachwissen, een boekje met allerlei nutteloze Duitse taalweetjes. Het bevat ook een lijstje met lange woorden, voornamelijk opgetekend uit de wereld van recht, bestuur en natuurwetenschap. Het record staat op 67 letters: Grundstücksverkehrsgenehmigungszuständigkeitsübertragungsverordnung. LinguaLog doet een poging dit woord te verklaren: het is een verordening die de overdracht van bevoegdheden regelt bij het uitgeven van vergunningen bij de (eigendoms)overdracht van een stuk grond. De verordening heeft ook echt bestaan, maar is in 2007 opgeheven. Ziet u trouwens wat er bij de verklaring van het woord gebeurt: dat gaat van achter naar voren, een intertalig palindroom dus.
LinguaLog weet niet of deze term bestaat, maar hoe dan ook, dit is er een voorbeeld van.
Tot de volgende keer, en gun de spatiebalk soms zijn verdiende rust!

zondag 26 augustus 2012

RIJKS       MUSEUM

Het Rijks museum gaat binnenkort na een lange verbouwings periode weer open. De museum directie heeft een design bureau in de arm genomen om een nieuw bedrijfs logo te ontwerpen. Lingua Log gaat niet over het esthetica aspect van het ontwerp, maar haar viel onmiddellijk iets op; als u de blog titel en deze eerste alinea goed gelezen hebt, zult u begrijpen wat zij bedoelt.
LinguaLog voelt zich geschoffeerd: alsof zij een woord van tien letters – elf toetsaanslagen, dat weer wel – niet meer in één keer kan overzien! Rijksmuseum: een woord van niks qua lengte, een woord ook dat niet één buitenlander fatsoenlijk kan uitspreken, maar dat heeft niet te maken met de lengte ervan. Het is dus voor ons, Nederlanders gedaan. Nederlanders kunnen langere woorden immers niet meer overzien, dat is zo móéilijk… Nu is een woord van tien letters ook al lang. En dat voor een van de iconen van onze cultuur. En, misschien heel Nederlands, nu gaan de belastingcenten van LinguaLog naar een spelfout! Het moet toch niet gekker worden. Doen wij ons best om correct te spellen, LinguaLog streepte al die jaren in het onderwijs alle foute t's en dt's aan: alle werk voor niets geweest.
De directie van het Rijksmuseum lijdt waarschijnlijk aan hippopotomonstrosesquipedaliofobie.
Huh?
Kort gezegd: zij lijdt aan angst voor lange woorden. Ja, ja, voor alles bestaat tegenwoordig een fobie, anders tel je niet mee. Het woord bestaat uit vier stukken, waarvan alleen het laatste element u bekend zal zijn. Het derde stuk is sesquipedalis (vaak fout gespeld als sesquippedalis): dat is Latijn en betekent anderhalve voet lang. In de oudheid had het al de figuurlijke betekenis ellenlang. De eerste twee delen zijn afgeleid van hippopotamus en monstrum, nijlpaard en monster, gedrocht. Dat heeft natuurlijk niets met langewoordenfobie te maken, maar ze maken het woord nog langer en gedrochtelijker.
Wie dit woord verzonnen heeft, is LinguaLog niet bekend. Zij vond het op internetpagina's uit 2006 en de Engelse versie (nog een letter langer vanwege de –phobia) wordt al geciteerd in 2002.
Gelukkig weten we nu hoe het komt en kan de directie van het museum behandeld worden. Welke taalkundigen bieden zich aan?

zondag 19 augustus 2012

Zee of meer?

LinguaLog is deze zomer met vakantie naar de Oostzee geweest, en omdat het dit weekend zo warm is, deze keer ter verkoeling een blog over water; alleen, u moet de temperatuur er zelf bij denken!
LinguaLog had, net als u waarschijnlijk, vroeger op school geleerd dat het Duitse woord See meer betekent, en Meer zee: het was Bodensee en Mittelmeer.
Toen stond LinguaLog aan de Oostzee, en die bleek in het Duits voornamelijk als Ostsee aangeduid te worden. En onze Noordzee heet ook Nordsee. LinguaLog zocht naar een verklaring: de Oostzee is bijna een binnenzee, je kunt er alleen komen via smalle doorgangen tussen de Deense eilanden. Tussen haakjes, het zoutgehalte is ook veel lager dan onze Noordzee en er is weinig getijdewerking. Maar de Middellandse Zee is toch ook een binnenzee, en die heet in het Duits Mittelmeer.
Bovendien: voor Duitsland is de Oostzee voornamelijk Noordzee en de echte Noordzee is voor de Duitsers de Westzee.

De verklaring vond LinguaLog in een oud synoniemenwoordenboek op internet: er waren ooit volksstammen die beide woorden, See en Meer, hadden, en de wateren die ze via het Latijn leerden kennen, noemden ze Meer; anderzijds waren er volksstammen die alleen het woord See hadden, en die noemden álle zoute wateren See. Meer is verwant met het Latijnse woord mare, zee. Sommige wateren hebben een dubbele benaming: de Noordzee heet ook das deutsche Meer en de Oostzee das baltische Meer. De zeeën die men nog niet kende, werden na de ontdekkingsreizen van Thomas Cook onder invloed van het Engels See genoemd: Südsee. Ook allerlei samenstellingen met zee heten See-: Seewind, Seereise, Seeraüber.
De Kaspische Zee en de Dode Zee heten daarentegen das kaspische Meer, das tote Meer, ongetwijfeld dankzij de ontlening aan het Latijn.
Ten slotte het Engels en Frans. Meer heet in het Engels lake. Het is verleidelijk om te denken dat lakeafgeleid is van het Latijnse lacus, omdat het Engels vol Romaanse leenwoorden zit. Verband is er natuurlijk wel, maar het gaat hier om een Indo-Europees woord. Deze stam vinden we ook in het Duits en het Nederlands: die Lache en laak. Lache betekent tegenwoordig plas of poel, net als het Nederlandse laak, dat nog wel in Van Dale staat, maar verder zo goed als vergeten is. Het komt alleen nog in namen voor. Het Franse lac is wel aan het Latijn ontleend, hoewel we er waarschijnlijk nooit achter zullen komen wat de Gallische volksstammen ten tijde van de verovering door Caesar zeiden.

zondag 12 augustus 2012

Voor het echie?

Wanneer beginnen de Olympische Spelen nu eindelijk eens? U denkt natuurlijk: LinguaLog houdt niet zo van sport en het is haar ontgaan dat de Spelen allang begonnen zijn en zelfs al bijna afgelopen zijn. Zoals er mensen zijn die jarenlang in de jungle van Vietnam bleven leven, in de veronderstelling dat de oorlog nog niet afgelopen was.
Zo erg is het met LinguaLog niet gesteld. Natuurlijk heeft zij de prestatie van onze Epke gezien, weliswaar in het journaal, maar dat telt ook, vindt zij.
Wat wil het geval: wij hebben met z'n allen naar de oefening van Epke Zonderland zitten kijken. Turnen moet wel een bijzondere sport zijn, als je alleen al bij het oefenen een medaille kunt krijgen. Vandaar de vraag: wanneer begint de echte wedstrijd nou? Usain Bolt heeft toch ook vóór de Spelen geoefend en tijdens de Spelen zijn wedstrijden gelopen? En wat heeft Epke Zonderland voor de Spelen gedaan? Was dat dan geen oefenen?

In interviews had je hem kunnen horen zeggen dat hij hard getraind had. Maar trainen is gewoon een leenwoord uit het Engels en betekent oefenen.
Andere talen spreken in dit verband trouwens ook van oefening: exercise (Frans en Engels), Übung (Duits). De oorsprong van deze betekenis van oefenen heeft LinguaLog nog niet kunnen achterhalen. Etymologische woordenboeken spreken er niet van. Het woord oefenen is in het Indo-Europees verwant met het Latijnse opus, dat werk betekent. Als je oefenen zo opvat, valt het nog wel te verdedigen: veel topsporters zijn tijdens wedstrijden immers niet aan het oefenen, maar aan het werk, want ze krijgen er dik voor betaald.
Ziezo, probleem ook alweer opgelost…
Nu alleen de marathon nog, waar LinguaLog vorig jaar al eens over heeft geschreven, en vanavond de slotceremonie. Ceremonie houdt trouwens ook verband met het Latijn: het is afgeleid van de stad Caere in Italië, waar Etruskische priesters riten voltrokken.

zondag 5 augustus 2012

Kluts

LinguaLog is met vakantie in Polen geweest en is een beetje de kluts kwijt. Nee, maakt u zich niet ongerust, zij zit heel vrolijk achter de computer te typen, maar soms zijn de dingen een beetje anders dan zij dacht.
Dat zit zo:
In het oude raadhuis van Gdańsk kwam zij een Pools-Nederlandse mevrouw tegen, die vertelde dat ze gehoord had dat de oorsprong van de uitdrukking de kluts kwijt zijn in het Pools ligt. Het Pools kent het woord klucz (uitspraak: kloetsj), dat sleutel betekent. En als je je sleutel kwijt bent, weet je je geen raad. LinguaLog beloofde haar het thuis eens uit te zoeken, en misschien leest zij dit stukje nu ook.
Het zou wel heel leuk zijn, want Poolse leenwoorden zijn er in het Nederlands niet zo veel. Veel verder dan polka en hetman (aanvoerder van de kozakken) komt LinguaLog niet, en hetman is op zijn beurt afgeleid van het Duitse Hauptmann. Trouwens, wie kent dat woord eigenlijk?
Jammer, mevrouw, maar kluts is toch echt een Germaans woord. Over de herkomst van de uitdrukking de kluts kwijt zijn zijn de etymologen het niet helemaal eens. Het verband met klutsen, kloppen van een vloeistof tot een wat dikkere substantie, wordt veelal als verklaring aangevoerd. Je moet eieren of room met een regelmatige slag kloppen, en als je dat niet doet, ben je de kluts kwijt en krijg je geen egaal geheel.
F.A. Stoett, die rond 1900 het tweedelige werk Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden heeft geschreven, geeft een iets andere verklaring. De uitdrukking stamt niet uit de keuken, maar uit de papierindustrie, in de tijd dat de papiervloeistof nog met de hand geroerd werd.
Nog een andere verklaring komt uit het Leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs: de kluts kwijt zijn is ontleend aan het Engelse clutch, een hendel die een apparaat in of buiten werking stelt.
De uitdrukking komt ook voor in het Zuid-Afrikaans: die kluts kwytraak. Het Afrikaans is vrij vroeg ontstaan, zo rond 1600, en daarna is de taal zijn eigen weg gegaan. Natuurlijk zou, via de Hanzecontacten, het woord klucz vóór die tijd in het Nederlands terechtgekomen kunnen zijn, maar waarschijnlijk is dat niet.
Na al deze omzwervingen heeft LinguaLog de sleutel van de oorsprong van de uitdrukking dus gevonden, en is daarmee haar kluts weer terecht!

zondag 8 juli 2012

Groot of klein?

Het Nederlands is een taal met een rijkdom aan verkleinwoorden. LinguaLog schreef daar al eerder over in de column Vrouwtje. Je kunt van bijna alle woorden verkleinwoorden maken en wij doen dat vaak om aan iets een negatieve of denigrerende betekenis te geven: wat weet zo'n burgermannetje daar nu van! Positief kan ook: mooi autootje heb je gekocht!
Met sommige verkleinwoorden is iets raars aan de hand: er is geen 'grote' tegenhanger van. Sprookje is zo'n woord. Sprook bestaat niet. En als je een bloemetje meeneemt, kun je dat niet vergroten: een bloem kan niet de betekenis grote bos bloemen hebben. En de bloemetjes buiten zetten betekent iets heel anders dan de bloemen buiten zetten.
Bij sprookje is het verband met spreken nog duidelijk te zien. Vroeger heeft het woord sprook dan ook vast wel bestaan, maar nu niet meer, en dan lijkt het net of sprookje een geïsoleerd woord is.
Behalve verkleinwoorden zijn er ook vergrootwoorden, woorden die je met een achtervoegsel (suffix) zo omvormt dat de betekenis verandert van normaal naar groot. Het Nederlands en Duits hebben die mogelijkheid niet. De voorbeelden die LinguaLog hier geeft, zijn allemaal leenwoorden, vooral uit het Italiaans. Geen taal is zo rijk aan suffixen als het Italiaans, en niet alleen voor groot en klein.
Deze mogelijkheid kende het Latijn trouwens al: mater – moeder had als vergrootwoord matrona, waarmee in de regel een voorname getrouwde vrouw aangeduid werd. Een patronus, afgeleid van pater, was een beschermheer. Het hedendaagse Italiaanse woord padrone associeer je meestal met de maffia.
Ook de woorden ballon en salon zijn vergrootwoorden, via het Frans uit het Italiaans overgenomen. Een salon is een grote zaal en een ballon is een grote bal. Het Italiaans heeft bala/palla overigens uit het Germaans overgenomen. En in het Engels is een saloon een speciaal soort zaal geworden.
Geen toevallige overeenkomst met het muziekinstrument
De leukste weg, vindt LinguaLog, is het woord cello gegaan.
De lange vorm van cello is violoncello. De grondvorm is viola, viool. Daarvan maakte het Italiaans een vergrootwoord, violone. Vervolgens werd er een kleine violone gebouwd, die men violoncello noemde; ten slotte werd dat in diverse talen, bijvoorbeeld Duits en Engels, weer afgekort tot cello.

LinguaLog wenst u over een paar dagen het winnen van duizend maal mille, een miljoen, toe in de Staatsloterij!