Het Rijks museum gaat binnenkort na een lange verbouwings periode weer open. De museum directie heeft een design bureau in de arm genomen om een nieuw bedrijfs logo te ontwerpen. Lingua Log gaat niet over het esthetica aspect van het ontwerp, maar haar viel onmiddellijk iets op; als u de blog titel en deze eerste alinea goed gelezen hebt, zult u begrijpen wat zij bedoelt.
LinguaLog voelt zich geschoffeerd: alsof zij een woord van tien letters – elf toetsaanslagen, dat weer wel – niet meer in één keer kan overzien! Rijksmuseum: een woord van niks qua lengte, een woord ook dat niet één buitenlander fatsoenlijk kan uitspreken, maar dat heeft niet te maken met de lengte ervan. Het is dus voor ons, Nederlanders gedaan. Nederlanders kunnen langere woorden immers niet meer overzien, dat is zo móéilijk… Nu is een woord van tien letters ook al lang. En dat voor een van de iconen van onze cultuur. En, misschien heel Nederlands, nu gaan de belastingcenten van LinguaLog naar een spelfout! Het moet toch niet gekker worden. Doen wij ons best om correct te spellen, LinguaLog streepte al die jaren in het onderwijs alle foute t's en dt's aan: alle werk voor niets geweest.
De directie van het Rijksmuseum lijdt waarschijnlijk aan hippopotomonstrosesquipedaliofobie.
Huh?
Kort gezegd: zij lijdt aan angst voor lange woorden. Ja, ja, voor alles bestaat tegenwoordig een fobie, anders tel je niet mee. Het woord bestaat uit vier stukken, waarvan alleen het laatste element u bekend zal zijn. Het derde stuk is sesquipedalis (vaak fout gespeld als sesquippedalis): dat is Latijn en betekent anderhalve voet lang. In de oudheid had het al de figuurlijke betekenis ellenlang. De eerste twee delen zijn afgeleid van hippopotamus en monstrum, nijlpaard en monster, gedrocht. Dat heeft natuurlijk niets met langewoordenfobie te maken, maar ze maken het woord nog langer en gedrochtelijker.
Wie dit woord verzonnen heeft, is LinguaLog niet bekend. Zij vond het op internetpagina's uit 2006 en de Engelse versie (nog een letter langer vanwege de –phobia) wordt al geciteerd in 2002.
Gelukkig weten we nu hoe het komt en kan de directie van het museum behandeld worden. Welke taalkundigen bieden zich aan?
Welkom op het weblog van Taalbureau Lingua! In dit taalblog leest u over actuele taalkwesties, handige weetjes op taalgebied, een rubriek etymologica, kortom: alles wat ik graag met de lezers wil delen. Bezoek ook mijn website: www.taalbureaulingua.nl
zondag 26 augustus 2012
zondag 19 augustus 2012
Zee of meer?
LinguaLog is deze zomer met vakantie naar de Oostzee geweest, en omdat het dit weekend zo warm is, deze keer ter verkoeling een blog over water; alleen, u moet de temperatuur er zelf bij denken!
LinguaLog had, net als u waarschijnlijk, vroeger op school geleerd dat het Duitse woord See meer betekent, en Meer zee: het was Bodensee en Mittelmeer.
Toen stond LinguaLog aan de Oostzee, en die bleek in het Duits voornamelijk als Ostsee aangeduid te worden. En onze Noordzee heet ook Nordsee. LinguaLog zocht naar een verklaring: de Oostzee is bijna een binnenzee, je kunt er alleen komen via smalle doorgangen tussen de Deense eilanden. Tussen haakjes, het zoutgehalte is ook veel lager dan onze Noordzee en er is weinig getijdewerking. Maar de Middellandse Zee is toch ook een binnenzee, en die heet in het Duits Mittelmeer.
Bovendien: voor Duitsland is de Oostzee voornamelijk Noordzee en de echte Noordzee is voor de Duitsers de Westzee.
De verklaring vond LinguaLog in een oud synoniemenwoordenboek op internet: er waren ooit volksstammen die beide woorden, See en Meer, hadden, en de wateren die ze via het Latijn leerden kennen, noemden ze Meer; anderzijds waren er volksstammen die alleen het woord See hadden, en die noemden álle zoute wateren See. Meer is verwant met het Latijnse woord mare, zee. Sommige wateren hebben een dubbele benaming: de Noordzee heet ook das deutsche Meer en de Oostzee das baltische Meer. De zeeën die men nog niet kende, werden na de ontdekkingsreizen van Thomas Cook onder invloed van het Engels See genoemd: Südsee. Ook allerlei samenstellingen met zee heten See-: Seewind, Seereise, Seeraüber.
De Kaspische Zee en de Dode Zee heten daarentegen das kaspische Meer, das tote Meer, ongetwijfeld dankzij de ontlening aan het Latijn.
Ten slotte het Engels en Frans. Meer heet in het Engels lake. Het is verleidelijk om te denken dat lakeafgeleid is van het Latijnse lacus, omdat het Engels vol Romaanse leenwoorden zit. Verband is er natuurlijk wel, maar het gaat hier om een Indo-Europees woord. Deze stam vinden we ook in het Duits en het Nederlands: die Lache en laak. Lache betekent tegenwoordig plas of poel, net als het Nederlandse laak, dat nog wel in Van Dale staat, maar verder zo goed als vergeten is. Het komt alleen nog in namen voor. Het Franse lac is wel aan het Latijn ontleend, hoewel we er waarschijnlijk nooit achter zullen komen wat de Gallische volksstammen ten tijde van de verovering door Caesar zeiden.
LinguaLog had, net als u waarschijnlijk, vroeger op school geleerd dat het Duitse woord See meer betekent, en Meer zee: het was Bodensee en Mittelmeer.
Toen stond LinguaLog aan de Oostzee, en die bleek in het Duits voornamelijk als Ostsee aangeduid te worden. En onze Noordzee heet ook Nordsee. LinguaLog zocht naar een verklaring: de Oostzee is bijna een binnenzee, je kunt er alleen komen via smalle doorgangen tussen de Deense eilanden. Tussen haakjes, het zoutgehalte is ook veel lager dan onze Noordzee en er is weinig getijdewerking. Maar de Middellandse Zee is toch ook een binnenzee, en die heet in het Duits Mittelmeer.
Bovendien: voor Duitsland is de Oostzee voornamelijk Noordzee en de echte Noordzee is voor de Duitsers de Westzee.
De verklaring vond LinguaLog in een oud synoniemenwoordenboek op internet: er waren ooit volksstammen die beide woorden, See en Meer, hadden, en de wateren die ze via het Latijn leerden kennen, noemden ze Meer; anderzijds waren er volksstammen die alleen het woord See hadden, en die noemden álle zoute wateren See. Meer is verwant met het Latijnse woord mare, zee. Sommige wateren hebben een dubbele benaming: de Noordzee heet ook das deutsche Meer en de Oostzee das baltische Meer. De zeeën die men nog niet kende, werden na de ontdekkingsreizen van Thomas Cook onder invloed van het Engels See genoemd: Südsee. Ook allerlei samenstellingen met zee heten See-: Seewind, Seereise, Seeraüber.
De Kaspische Zee en de Dode Zee heten daarentegen das kaspische Meer, das tote Meer, ongetwijfeld dankzij de ontlening aan het Latijn.
Ten slotte het Engels en Frans. Meer heet in het Engels lake. Het is verleidelijk om te denken dat lakeafgeleid is van het Latijnse lacus, omdat het Engels vol Romaanse leenwoorden zit. Verband is er natuurlijk wel, maar het gaat hier om een Indo-Europees woord. Deze stam vinden we ook in het Duits en het Nederlands: die Lache en laak. Lache betekent tegenwoordig plas of poel, net als het Nederlandse laak, dat nog wel in Van Dale staat, maar verder zo goed als vergeten is. Het komt alleen nog in namen voor. Het Franse lac is wel aan het Latijn ontleend, hoewel we er waarschijnlijk nooit achter zullen komen wat de Gallische volksstammen ten tijde van de verovering door Caesar zeiden.
zondag 12 augustus 2012
Voor het echie?
Wanneer beginnen de Olympische Spelen nu eindelijk eens? U denkt natuurlijk: LinguaLog houdt niet zo van sport en het is haar ontgaan dat de Spelen allang begonnen zijn en zelfs al bijna afgelopen zijn. Zoals er mensen zijn die jarenlang in de jungle van Vietnam bleven leven, in de veronderstelling dat de oorlog nog niet afgelopen was.
Zo erg is het met LinguaLog niet gesteld. Natuurlijk heeft zij de prestatie van onze Epke gezien, weliswaar in het journaal, maar dat telt ook, vindt zij.
Wat wil het geval: wij hebben met z'n allen naar de oefening van Epke Zonderland zitten kijken. Turnen moet wel een bijzondere sport zijn, als je alleen al bij het oefenen een medaille kunt krijgen. Vandaar de vraag: wanneer begint de echte wedstrijd nou? Usain Bolt heeft toch ook vóór de Spelen geoefend en tijdens de Spelen zijn wedstrijden gelopen? En wat heeft Epke Zonderland voor de Spelen gedaan? Was dat dan geen oefenen?
In interviews had je hem kunnen horen zeggen dat hij hard getraind had. Maar trainen is gewoon een leenwoord uit het Engels en betekent oefenen.
Andere talen spreken in dit verband trouwens ook van oefening: exercise (Frans en Engels), Übung (Duits). De oorsprong van deze betekenis van oefenen heeft LinguaLog nog niet kunnen achterhalen. Etymologische woordenboeken spreken er niet van. Het woord oefenen is in het Indo-Europees verwant met het Latijnse opus, dat werk betekent. Als je oefenen zo opvat, valt het nog wel te verdedigen: veel topsporters zijn tijdens wedstrijden immers niet aan het oefenen, maar aan het werk, want ze krijgen er dik voor betaald.
Ziezo, probleem ook alweer opgelost…
Nu alleen de marathon nog, waar LinguaLog vorig jaar al eens over heeft geschreven, en vanavond de slotceremonie. Ceremonie houdt trouwens ook verband met het Latijn: het is afgeleid van de stad Caere in Italië, waar Etruskische priesters riten voltrokken.
Zo erg is het met LinguaLog niet gesteld. Natuurlijk heeft zij de prestatie van onze Epke gezien, weliswaar in het journaal, maar dat telt ook, vindt zij.
Wat wil het geval: wij hebben met z'n allen naar de oefening van Epke Zonderland zitten kijken. Turnen moet wel een bijzondere sport zijn, als je alleen al bij het oefenen een medaille kunt krijgen. Vandaar de vraag: wanneer begint de echte wedstrijd nou? Usain Bolt heeft toch ook vóór de Spelen geoefend en tijdens de Spelen zijn wedstrijden gelopen? En wat heeft Epke Zonderland voor de Spelen gedaan? Was dat dan geen oefenen?
In interviews had je hem kunnen horen zeggen dat hij hard getraind had. Maar trainen is gewoon een leenwoord uit het Engels en betekent oefenen.
Andere talen spreken in dit verband trouwens ook van oefening: exercise (Frans en Engels), Übung (Duits). De oorsprong van deze betekenis van oefenen heeft LinguaLog nog niet kunnen achterhalen. Etymologische woordenboeken spreken er niet van. Het woord oefenen is in het Indo-Europees verwant met het Latijnse opus, dat werk betekent. Als je oefenen zo opvat, valt het nog wel te verdedigen: veel topsporters zijn tijdens wedstrijden immers niet aan het oefenen, maar aan het werk, want ze krijgen er dik voor betaald.
Ziezo, probleem ook alweer opgelost…
Nu alleen de marathon nog, waar LinguaLog vorig jaar al eens over heeft geschreven, en vanavond de slotceremonie. Ceremonie houdt trouwens ook verband met het Latijn: het is afgeleid van de stad Caere in Italië, waar Etruskische priesters riten voltrokken.
zondag 5 augustus 2012
Kluts
LinguaLog is met vakantie in Polen geweest en is een beetje de kluts kwijt. Nee, maakt u zich niet ongerust, zij zit heel vrolijk achter de computer te typen, maar soms zijn de dingen een beetje anders dan zij dacht.
Dat zit zo:
In het oude raadhuis van Gdańsk kwam zij een Pools-Nederlandse mevrouw tegen, die vertelde dat ze gehoord had dat de oorsprong van de uitdrukking de kluts kwijt zijn in het Pools ligt. Het Pools kent het woord klucz (uitspraak: kloetsj), dat sleutel betekent. En als je je sleutel kwijt bent, weet je je geen raad. LinguaLog beloofde haar het thuis eens uit te zoeken, en misschien leest zij dit stukje nu ook.
Het zou wel heel leuk zijn, want Poolse leenwoorden zijn er in het Nederlands niet zo veel. Veel verder dan polka en hetman (aanvoerder van de kozakken) komt LinguaLog niet, en hetman is op zijn beurt afgeleid van het Duitse Hauptmann. Trouwens, wie kent dat woord eigenlijk?
Jammer, mevrouw, maar kluts is toch echt een Germaans woord. Over de herkomst van de uitdrukking de kluts kwijt zijn zijn de etymologen het niet helemaal eens. Het verband met klutsen, kloppen van een vloeistof tot een wat dikkere substantie, wordt veelal als verklaring aangevoerd. Je moet eieren of room met een regelmatige slag kloppen, en als je dat niet doet, ben je de kluts kwijt en krijg je geen egaal geheel.
F.A. Stoett, die rond 1900 het tweedelige werk Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden heeft geschreven, geeft een iets andere verklaring. De uitdrukking stamt niet uit de keuken, maar uit de papierindustrie, in de tijd dat de papiervloeistof nog met de hand geroerd werd.
Nog een andere verklaring komt uit het Leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs: de kluts kwijt zijn is ontleend aan het Engelse clutch, een hendel die een apparaat in of buiten werking stelt.
De uitdrukking komt ook voor in het Zuid-Afrikaans: die kluts kwytraak. Het Afrikaans is vrij vroeg ontstaan, zo rond 1600, en daarna is de taal zijn eigen weg gegaan. Natuurlijk zou, via de Hanzecontacten, het woord klucz vóór die tijd in het Nederlands terechtgekomen kunnen zijn, maar waarschijnlijk is dat niet.
Na al deze omzwervingen heeft LinguaLog de sleutel van de oorsprong van de uitdrukking dus gevonden, en is daarmee haar kluts weer terecht!
Dat zit zo:
In het oude raadhuis van Gdańsk kwam zij een Pools-Nederlandse mevrouw tegen, die vertelde dat ze gehoord had dat de oorsprong van de uitdrukking de kluts kwijt zijn in het Pools ligt. Het Pools kent het woord klucz (uitspraak: kloetsj), dat sleutel betekent. En als je je sleutel kwijt bent, weet je je geen raad. LinguaLog beloofde haar het thuis eens uit te zoeken, en misschien leest zij dit stukje nu ook.
Het zou wel heel leuk zijn, want Poolse leenwoorden zijn er in het Nederlands niet zo veel. Veel verder dan polka en hetman (aanvoerder van de kozakken) komt LinguaLog niet, en hetman is op zijn beurt afgeleid van het Duitse Hauptmann. Trouwens, wie kent dat woord eigenlijk?
Jammer, mevrouw, maar kluts is toch echt een Germaans woord. Over de herkomst van de uitdrukking de kluts kwijt zijn zijn de etymologen het niet helemaal eens. Het verband met klutsen, kloppen van een vloeistof tot een wat dikkere substantie, wordt veelal als verklaring aangevoerd. Je moet eieren of room met een regelmatige slag kloppen, en als je dat niet doet, ben je de kluts kwijt en krijg je geen egaal geheel.
F.A. Stoett, die rond 1900 het tweedelige werk Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden heeft geschreven, geeft een iets andere verklaring. De uitdrukking stamt niet uit de keuken, maar uit de papierindustrie, in de tijd dat de papiervloeistof nog met de hand geroerd werd.
Nog een andere verklaring komt uit het Leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs: de kluts kwijt zijn is ontleend aan het Engelse clutch, een hendel die een apparaat in of buiten werking stelt.
De uitdrukking komt ook voor in het Zuid-Afrikaans: die kluts kwytraak. Het Afrikaans is vrij vroeg ontstaan, zo rond 1600, en daarna is de taal zijn eigen weg gegaan. Natuurlijk zou, via de Hanzecontacten, het woord klucz vóór die tijd in het Nederlands terechtgekomen kunnen zijn, maar waarschijnlijk is dat niet.
Na al deze omzwervingen heeft LinguaLog de sleutel van de oorsprong van de uitdrukking dus gevonden, en is daarmee haar kluts weer terecht!
zondag 8 juli 2012
Groot of klein?
Het Nederlands is een taal met een rijkdom aan
verkleinwoorden. LinguaLog schreef daar al eerder over in de column Vrouwtje.
Je kunt van bijna alle woorden verkleinwoorden maken en wij doen dat vaak om
aan iets een negatieve of denigrerende betekenis te geven: wat weet zo'n burgermannetje daar nu van! Positief kan ook: mooi autootje heb je gekocht!
Met sommige verkleinwoorden is iets raars aan de hand: er is
geen 'grote' tegenhanger van. Sprookje
is zo'n woord. Sprook bestaat niet.
En als je een bloemetje meeneemt, kun
je dat niet vergroten: een bloem kan
niet de betekenis grote bos bloemen
hebben. En de bloemetjes buiten
zetten betekent iets heel anders dan de bloemen
buiten zetten.
Bij sprookje is
het verband met spreken nog duidelijk
te zien. Vroeger heeft het woord sprook
dan ook vast wel bestaan, maar nu niet meer, en dan lijkt het net of sprookje een geïsoleerd woord is.
Behalve verkleinwoorden zijn er ook vergrootwoorden, woorden die je met een achtervoegsel (suffix) zo omvormt dat de betekenis
verandert van normaal naar groot. Het Nederlands en Duits hebben die
mogelijkheid niet. De voorbeelden die LinguaLog hier geeft, zijn allemaal
leenwoorden, vooral uit het Italiaans. Geen taal is zo rijk aan suffixen als
het Italiaans, en niet alleen voor groot
en klein.
Deze mogelijkheid kende het Latijn trouwens al: mater – moeder had als vergrootwoord matrona, waarmee in de regel een
voorname getrouwde vrouw aangeduid werd. Een patronus, afgeleid van pater,
was een beschermheer. Het hedendaagse Italiaanse woord padrone associeer je meestal met de maffia.
Ook de woorden ballon en salon zijn vergrootwoorden, via het
Frans uit het Italiaans overgenomen. Een salon
is een grote zaal en een ballon is
een grote bal. Het Italiaans heeft bala/palla
overigens uit het Germaans overgenomen. En in het Engels is een saloon een speciaal soort zaal geworden.
![]() |
| Geen toevallige overeenkomst met het muziekinstrument |
De leukste weg, vindt LinguaLog, is het woord cello gegaan.
De lange vorm van cello
is violoncello. De grondvorm is viola, viool. Daarvan maakte het
Italiaans een vergrootwoord, violone.
Vervolgens werd er een kleine violone gebouwd, die men violoncello noemde; ten slotte werd dat in diverse talen,
bijvoorbeeld Duits en Engels, weer afgekort tot cello.
LinguaLog wenst u over een paar dagen het winnen van duizend
maal mille, een miljoen, toe in de Staatsloterij!
zondag 1 juli 2012
Vernis komt van ver
LinguaLog heeft geen zin meer in voetbal en schrijven
daarover. Dat is niet omdat Nederland allang uitgeschakeld is, en dat is ook
niet omdat LinguaLog in de diverse pools er niet zo goed voorstaat:
LinguaLog heeft een andere actualiteit, een persoonlijke: het is mooi weer en bijna vakantie, en er was nog wat buitenschilderwerk te doen.
Afijn, het zit erop en nu is het tijd voor een column.
Via verven kom je
dan al gauw op vernissen, meer speciaal
op het voltooid deelwoord. Je ziet het vaak geschreven als ik heb vernist; LinguaLog heeft nog op school erin gehamerd
gekregen dat het gevernist is, maar
veel mensen zijn dat vergeten. Bij de
meeste werkwoorden die met ver-
beginnen, is ver een voorvoegsel, en
dan krijgt het voltooid deelwoord geen ge-.
Nederlanders doen dat bijna altijd goed.
LinguaLog las laatst ook 'De politie heeft een man
verbaliseerd'. Verbaliseren is
afgeleid van het Latijnse woord verbum/verba,
dat woord betekent; in de zestiende
eeuw is verbaliseren overgenomen uit het Frans met de betekenis mondeling discuteren voor het gerecht. Ver- is hier dus ook geen voorvoegsel en daarom moet je zeggen geverbaliseerd.
Ook bij vernissen is
zoiets aan de hand. Het woord heeft niets te maken met een nis waar iets aan veranderd moet worden. Vernis is bij nadere beschouwing een geoniem: een woord dat van een plaatsnaam afgeleid is.
Rond 245 voor Christus trouwde de Macedonische prinses
Berenike met de Egyptische koning Ptolemaeus III. Ter gelegenheid daarvan
noemde hij de stad Hesperis naar zijn vrouw. Vanuit Berenike werd hars
geëxporteerd. De Grieken spraken de naar de stad genoemde hars uit als verenike. In het middeleeuws Latijn
werd dit veronice. De Italianen maakten daar vernice van en de
Fransen vernis.
Lang
heeft deze harsexport trouwens niet geduurd, met de verovering door de Romeinen
in 30 voor Christus kwam er een einde aan. De laatste telg uit het Ptolemaeëngeslacht
was trouwens Cleopatra. In de late middeleeuwen
werd de stad opnieuw vernoemd, nu naar de vrome islamiet Marsa ibn Ghasi,
tegenwoordig beter bekend als het Libische Benghazi.
LinguaLog hoopt dat u het nu nooit meer fout doet. Zij is ervan overtuigd dat het helpt als je weet waarom iets is zoals het is. En een verhaal erachter is dan ook nog mooi meegenomen.
LinguaLog hoopt dat u het nu nooit meer fout doet. Zij is ervan overtuigd dat het helpt als je weet waarom iets is zoals het is. En een verhaal erachter is dan ook nog mooi meegenomen.
zondag 24 juni 2012
Sanskriet
Er wordt gevoetbald en dus is het feest. Het zou kunnen dat
het Nederlands elftal daar anders over denkt, maar voor LinguaLog is het
feest. Taalkundig gezien dan.
U verbaast zich misschien over de titel van deze column en
het verband met voetballen zal u wellicht ontgaan. Maar zonder het voetbal was
LinguaLog waarschijnlijk nooit bij het Sanskriet terechtgekomen.
Dat kwam zo.
Vanavond voetballen Engeland en Italië. Het Italiaanse woord
voor voetbal is calcio. LinguaLog wilde uiteraard weten waar dat woord vandaan
komt: natuurlijk uit het Latijn. Een calceus
is een schoen, zaak opgelost. Calceus is afgeleid van calx. En toen kwam het probleem. Er zijn
twee woorden calx. Het ene betekent kalk, het andere hiel/hak. Ze hebben etymologisch niets met elkaar te maken. Het
scheikundige element calcium is
afgeleid van de eerste betekenis; hoe de afleiding van de tweede betekenis is,
heeft LinguaLog niet helemaal kunnen achterhalen. Het is maar goed dat Google
gratis is, want er moest heel wat gezocht worden. En LinguaLogs bureau ligt inmiddels
vol met woordenboeken. Gelukkig vond zij ten slotte dat de taalkundigen het ook
niet precies weten.
Er bestaat samenhang met een Grieks woord λαξ
(lax), dat met de voet betekent. En dat
zou verwant zijn met een Sanskriet-stam kar-
die verwonden/doden betekent.
Even tussendoor: Sanskriet is een oude Indo-Europese taal
die ca. 500 voor Christus in India gesproken werd. Het was meer een cultuurtaal
dan een volkstaal en de grote literatuur van India werd in het Sanskriet
geschreven. Sanskriet wordt algemeen als dode taal beschouwd.
Hoe kar verwant
kan zijn met lax en calx, weet LinguaLog niet, want zij kent
geen Sanskriet, en de gevonden artikelen over die taal zijn zo geleerd dat ze
zich niet met dit soort alledaagse woorden bezighouden.
Met een beetje fantasie kun je verband zien tussen de
betekenis verwonden en het hedendaagse
voetbal, waar er, behalve tegen de bal, ook uitbundig tegen andermans schenen
geschopt wordt. Doden zijn er daarbij nog niet gevallen, voor zover LinguaLog
weet, maar gewonden des te meer.
Ten slotte vond LinguaLog nog een, zij het onzekere, etymologie:
het Griekse woord lax is misschien
verwant met het Engelse leg.
En zo zijn we dan bij de wedstrijd van vanavond met een
Italiaans woord dat ook een beetje Engels is.
Abonneren op:
Posts (Atom)






