LinguaLog is een beetje boos. Nou is boosheid een slechte raadgever, en de slechtste stukjes ontstaan vaak uit boosheid. Maar LinguaLog waagt toch een poging, om u in de toekomst te behoeden voor haar gram.
Wat wil het geval: in de Volkskrant stond op internet de spelling overleiden, terwijl overlijden bedoeld was. LinguaLog kan het niet terugvinden, dus waarschijnlijk heeft de krant zich zo geschaamd dat het artikel schielijk verwijderd is, of de kop onherkenbaar aangepast is.
Hoe dan ook, het onderscheid ij-ei blijft moeilijk. Gelukkig zijn er, zo niet ijzeren regels, toch wel behoorlijke uitgangspunten voor de juiste keuze.
Laten we kijken naar het paar leiden – lijden. Leiden betekent de leiding hebben en lijden is ondergaan, meestal van iets vervelends. De meeste Nederlanders weten dat wel, hoewel LinguaLog toch ooit tijdens de Goede Week het leiden van Christus tegenkwam. Moeilijker wordt het al bij een leven leiden, speciaal als het een moeilijk leven is. Als je het werkwoord in de verleden tijd zet, krijg je uitsluitsel: de verleden tijd van leiden is leidde en van lijden komt leed. En de verleden tijd vormt bijna iedereen wel correct: kijken – keek, schrijden – schreed. Daarnaast staat het ietwat ouderwetse schreien – schreide.
Het klopt niet altijd, en vaak is daar wel een verklaring voor.
In het algemeen is de ij ontstaan uit de oudere spelling i: hi blift. De j werd toegevoegd om aan te geven dat het om een lange i ging.
Maar er zijn uitzonderingen op de regel ij > verleden tijd ee:
IJken: dit woord heeft een vreemde oorsprong, het Latijnse aequare, gelijkmaken. De oudst bekende Nederlandse spelling was eken.
IJzen: in het Middelnederlands werd het geschreven als eisen. Maar omdat je, als je ergens van gruwt, het soms koud krijgt, werd het door de mensen verbonden met het woord ise, ijs. Een geval van volksetymologie dus.
Wijden: een vaak verkeerd gespeld woord, en verward met weiden. In wijden stond oorspronkelijk geen d, het was wien, uitgesproken als wi-en. Zoals bij veel andere woorden is er later een d toegevoegd, maar toen was de verleden tijd wi-de al gevormd.
En hoe zit het met overlijden? In het Middelnederlands bestond liden, dat gaan betekende: ergens doorheen gaan, vaak door iets vervelends. Overliden is overgaan tot een ander leven: dit is verhullend taalgebruik, een eufemisme.
Dus, Volkskrantjournalist, zul je het nu nooit meer fout doen, want dan wordt juffrouw LinguaLog echt boos!
Welkom op het weblog van Taalbureau Lingua! In dit taalblog leest u over actuele taalkwesties, handige weetjes op taalgebied, een rubriek etymologica, kortom: alles wat ik graag met de lezers wil delen. Bezoek ook mijn website: www.taalbureaulingua.nl
zondag 6 oktober 2013
donderdag 26 september 2013
Miezerig of een plensbui?
Gisteren ook zo genoten van het verslag van de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer? LinguaLog wel, speciaal het taalgebruik van kamerlid W.
Het voordeel van zijn scheldkanonnades is: er zit altijd wel een woord in dat de nieuwsgierigheid wekt. Scheldwoorden zijn taalkundig nu eenmaal vaak veel interessanter dan nette woorden. Zijn favoriete woord van gisteren was miezerig.
We kennen het woord natuurlijk allemaal. Het heeft twee betekenissen: regenachtig en nietig. Miezeren of miezelen betekent zachtjes regenen. De betekenis nietig, armzalig heeft het woord zeker gekregen onder invloed van het Latijnse miser, armzalig, ongelukkig. Overigens is de betekenis nietig ouder dan regenachtig. Dat kun je vinden in het Chronologisch Woordenboek van Nicoline van der Sijs op dbnl.org.
Werkwoorden als miezeren noemen we frequentatieven: ze duiden een herhaalde werking aan. Vergelijk bijvoorbeeld trappen / trappelen en snuiven / snuffelen.
Naast miezerig bestaat ook nog mies, met ongeveer dezelfde betekenis: een mies mannetje. Dat komt uit het Jiddisch, en is een verbastering van het Hebreeuwse mi’ūs. Er lijkt dus geen verband te bestaan tussen mies en miezerig, eerder is het een toevallige overeenkomst. Kamerlid W. zal het woord mies vast wel in zijn achterhoofd gehad hebben bij zijn uitspraken van gisteren.
Overigens vond LinguaLog het geheel meer op een plensbui lijken, dus misschien moet kamerlid W. toch nog eens goed in Van Dale kijken!
Het voordeel van zijn scheldkanonnades is: er zit altijd wel een woord in dat de nieuwsgierigheid wekt. Scheldwoorden zijn taalkundig nu eenmaal vaak veel interessanter dan nette woorden. Zijn favoriete woord van gisteren was miezerig.
We kennen het woord natuurlijk allemaal. Het heeft twee betekenissen: regenachtig en nietig. Miezeren of miezelen betekent zachtjes regenen. De betekenis nietig, armzalig heeft het woord zeker gekregen onder invloed van het Latijnse miser, armzalig, ongelukkig. Overigens is de betekenis nietig ouder dan regenachtig. Dat kun je vinden in het Chronologisch Woordenboek van Nicoline van der Sijs op dbnl.org.
Werkwoorden als miezeren noemen we frequentatieven: ze duiden een herhaalde werking aan. Vergelijk bijvoorbeeld trappen / trappelen en snuiven / snuffelen.
Naast miezerig bestaat ook nog mies, met ongeveer dezelfde betekenis: een mies mannetje. Dat komt uit het Jiddisch, en is een verbastering van het Hebreeuwse mi’ūs. Er lijkt dus geen verband te bestaan tussen mies en miezerig, eerder is het een toevallige overeenkomst. Kamerlid W. zal het woord mies vast wel in zijn achterhoofd gehad hebben bij zijn uitspraken van gisteren.
Overigens vond LinguaLog het geheel meer op een plensbui lijken, dus misschien moet kamerlid W. toch nog eens goed in Van Dale kijken!
zondag 15 september 2013
Verzoeking of bezoeking?
Deze week las LinguaLog de volgende zin in de krant: Terugbladeren is een verzoeking. Het ging over een e-reader, waarin terugbladeren veel moeilijker is dan in een papieren boek.
Met deze zin is iets raars aan de hand. En dat komt door het woord verzoeking. Het is een beetje verouderd woord, tegenwoordig zeggen we meestal verleiding. Verzoeking staat in het Onze Vader, in de protestantse (Staten)vertaling – de katholieken zeggen bekoring.
Terug naar het krantenartikel.
Het kan best zijn dat je in de verleiding komt om terug te bladeren in een boek, maar waarschijnlijk is dat niet. Eerder zou je vooruit willen bladeren naar de afloop.
De schrijver bedoelt dit ook helemaal niet. Hij heeft verzoeking en bezoeking door elkaar gehaald. Bezoeking hangt nauw samen met bezoeken, en oorspronkelijk betekende bezoeking ook gewoon het bezoeken. Via bezoeken met een vervelende boodschap is de moderne betekenis beproeving ontstaan. Ook verzoeking heeft die betekenis ooit gehad – lees het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) erop na – maar die is ‘sinds lang verouderd’. Het WNT bedoelt met sinds lang een jaar of 250.
Bezoeking komt tegenwoordig niet vaak meer voor, maar met het gebruik ervan is niets mis. Mits je het goed doet natuurlijk. En dat was de journalist even ontgaan.
Tussen haakjes: blader af en toe eens terug in de columns van LinguaLog. Veel van de aangesneden kwesties zijn nog steeds actueel. En terugbladeren is niet zo moeilijk, want Blogspot voorziet keurig in een inhoudsopgave – geen grote bezoeking dus.
Met deze zin is iets raars aan de hand. En dat komt door het woord verzoeking. Het is een beetje verouderd woord, tegenwoordig zeggen we meestal verleiding. Verzoeking staat in het Onze Vader, in de protestantse (Staten)vertaling – de katholieken zeggen bekoring.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
De schrijver van het krantenartikel heeft vast en zeker deze Bijbeltekst in gedachten gehad, hoewel de naam van de journalist katholieke wortels verraadt.Terug naar het krantenartikel.
Het kan best zijn dat je in de verleiding komt om terug te bladeren in een boek, maar waarschijnlijk is dat niet. Eerder zou je vooruit willen bladeren naar de afloop.
De schrijver bedoelt dit ook helemaal niet. Hij heeft verzoeking en bezoeking door elkaar gehaald. Bezoeking hangt nauw samen met bezoeken, en oorspronkelijk betekende bezoeking ook gewoon het bezoeken. Via bezoeken met een vervelende boodschap is de moderne betekenis beproeving ontstaan. Ook verzoeking heeft die betekenis ooit gehad – lees het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) erop na – maar die is ‘sinds lang verouderd’. Het WNT bedoelt met sinds lang een jaar of 250.
Bezoeking komt tegenwoordig niet vaak meer voor, maar met het gebruik ervan is niets mis. Mits je het goed doet natuurlijk. En dat was de journalist even ontgaan.
Tussen haakjes: blader af en toe eens terug in de columns van LinguaLog. Veel van de aangesneden kwesties zijn nog steeds actueel. En terugbladeren is niet zo moeilijk, want Blogspot voorziet keurig in een inhoudsopgave – geen grote bezoeking dus.
zondag 28 april 2013
Oranje
Nederland kleurt oranje, tot en met de pakken koffie toe. Iedereen (nou ja…) maakt zich op voor de viering van de troonswisseling van de Oranjes.
LinguaLog wil niet achterblijven en heeft zich verdiept in het woord oranje.
We hebben allemaal op school geleerd dat de oorsprong van het Huis van Oranje in Zuid-Frankrijk ligt. Willem van Nassau had in 1544 het prinsdom Orange van zijn neef geërfd. En zijn titel Prins van Oranje heeft hij aan zijn nakomelingen doorgegeven.
Dan rijst natuurlijk de vraag: hoe is de stad Orange aan zijn naam gekomen?
Daarvoor gaan we terug naar de Romeinse tijd. Toen lag daar Arausio. Arausio was een lokale Keltische watergod, naar wie de stad genoemd werd. Orange is daar een verbastering van. Dat kon (mede) gebeuren doordat Arausio/Orange in de middeleeuwen dé plaats was waar sinaasappels uit Azië werden verhandeld.
Dan rijst de volgende vraag: wat is de oorsprong van de sinaasappel en zijn naam?
Sinaasappels komen oorspronkelijk uit China. Dat zien we in de eerste lettergreep sin- terug. Net als appelsien: appel uit China. Het Engelse/Franse woord orange komt uit Zuid-Indië, uit de daar gesproken Dravidische talen, bijvoorbeeld naarinja. Via het Perzisch en Arabisch is het in Europa terechtgekomen. De n is in de meeste talen komen te vervallen, waarschijnlijk omdat die opgevat werd als lidwoord: une norenge werd opgevat als une orenge. Dat verschijnsel zien we wel vaker, LinguaLog heeft er al eens over geschreven. Alleen het Spaans heeft de n behouden, naranja: die taal heeft veel Arabische elementen.
Men gaat ervan uit dat de sinaasappel door de Portugezen in de 15e eeuw in Europa geïmporteerd is, en dat zien we in diverse talen nog terug, vooral in die van Zuidoost-Europa. Het Grieks heeft portokali en zelfs het Arabisch zegt burtuqal. Het Portugees heeft dat weer niet, trouwens, daar zeggen ze laranja.
Ten slotte een aardigheidje in het Engels: het woord orange rijmt helemaal nergens op, wat in de praktijk zowel een nadeel als een voordeel (rijmgrappen) is.
En die oranje pakken koffie? Gelukkig hadden ze ook nog een paar gewone rode, en daarvan heeft LinguaLog er toen maar een stuk of wat gekocht.
Misschien gaat LinguaLog dinsdag wel sinaasappels eten, doet ze toch nog een beetje mee. Gezond is het in elk geval wel.
LinguaLog wil niet achterblijven en heeft zich verdiept in het woord oranje.
We hebben allemaal op school geleerd dat de oorsprong van het Huis van Oranje in Zuid-Frankrijk ligt. Willem van Nassau had in 1544 het prinsdom Orange van zijn neef geërfd. En zijn titel Prins van Oranje heeft hij aan zijn nakomelingen doorgegeven.
Dan rijst natuurlijk de vraag: hoe is de stad Orange aan zijn naam gekomen?
Daarvoor gaan we terug naar de Romeinse tijd. Toen lag daar Arausio. Arausio was een lokale Keltische watergod, naar wie de stad genoemd werd. Orange is daar een verbastering van. Dat kon (mede) gebeuren doordat Arausio/Orange in de middeleeuwen dé plaats was waar sinaasappels uit Azië werden verhandeld.
Dan rijst de volgende vraag: wat is de oorsprong van de sinaasappel en zijn naam?
Sinaasappels komen oorspronkelijk uit China. Dat zien we in de eerste lettergreep sin- terug. Net als appelsien: appel uit China. Het Engelse/Franse woord orange komt uit Zuid-Indië, uit de daar gesproken Dravidische talen, bijvoorbeeld naarinja. Via het Perzisch en Arabisch is het in Europa terechtgekomen. De n is in de meeste talen komen te vervallen, waarschijnlijk omdat die opgevat werd als lidwoord: une norenge werd opgevat als une orenge. Dat verschijnsel zien we wel vaker, LinguaLog heeft er al eens over geschreven. Alleen het Spaans heeft de n behouden, naranja: die taal heeft veel Arabische elementen.
Men gaat ervan uit dat de sinaasappel door de Portugezen in de 15e eeuw in Europa geïmporteerd is, en dat zien we in diverse talen nog terug, vooral in die van Zuidoost-Europa. Het Grieks heeft portokali en zelfs het Arabisch zegt burtuqal. Het Portugees heeft dat weer niet, trouwens, daar zeggen ze laranja.
Ten slotte een aardigheidje in het Engels: het woord orange rijmt helemaal nergens op, wat in de praktijk zowel een nadeel als een voordeel (rijmgrappen) is.
En die oranje pakken koffie? Gelukkig hadden ze ook nog een paar gewone rode, en daarvan heeft LinguaLog er toen maar een stuk of wat gekocht.
Misschien gaat LinguaLog dinsdag wel sinaasappels eten, doet ze toch nog een beetje mee. Gezond is het in elk geval wel.
zondag 7 april 2013
Nee, LinguaLog is niet ter ziele!
LinguaLog stuitte onlangs op een nieuw taalverschijnsel: zoiets is altijd leuk en zij wil dit met u delen. Het ging om de volgende – iets ingekorte – zin:
(…) een verhaal in de inmiddels ter ziele Nederlandse editie van het blad Hide & Chic.
Hij komt uit de Volkskrant van 19 januari, uit de pen van van Ronald Giphart. Het gaat om het gebruik van ter ziele. Je kunt zeggen 'De Nederlandse editie is ter ziele', maar Giphart gebruikt ter ziele alsof het een bijvoeglijk naamwoord is, gelijkwaardig aan Nederlandse. En eerlijk gezegd klinkt het helemaal niet zo gek. Dat komt doordat bijvoeglijke naamwoorden vaak een -e krijgen, en ter ziele past keurig in dat patroon.
Stel dat dit gebruik zich uitbreidt – op Google staan meer voorbeelden – hoe gaat het dan verder? De eerste stap is natuurlijk het aaneenschrijven als terziele. Bij een woord als terzijde is dat al gaande, dus het is gewoon een kwestie van tijd. Moeilijker wordt het bij onzijdige woorden. Een terziele editie is geen probleem, maar wat doe je bij onzijdige woorden: dan zou je een terziel maandblad moeten zeggen. Dat klinkt LinguaLog voorlopig nog een beetje gek in de oren. Maar het biedt wel mogelijkheden tot compact taalgebruik.
Bij woorden als te koop en te huur kan zo'n constructie ook, maar dan juist bij onzijdige woorden: een te koop huis of, later, een tekoop huis. Bij woning klinkt dat weer raar: een te kope woning. Natuurlijk bestaat koopwoning / huurwoning, maar een koopwoning staat lang niet altijd te koop, zelfs niet in deze tijden van crisis.
Hoe dan ook: het zal nog wel een tijdje duren voordat zulke nieuwe constructies toegestaan worden. Misschien moeten eerst alle oude scherpslijpers en de huidige Taalunie ter ziele zijn…
En zegt u nu: ik heb dit onlangs toch gelezen in Onze Taal: dat klopt, het eerste deel van deze column staat, gepubliceerd onder pseudoniem, in de rubriek Gesignaleerd van het blad. Die rubriek staat meestal op dezelfde pagina als de Taalergernissen, maar daar distantieert LinguaLog zich van, zoals de vaste lezers van dit blog inmiddels al begrepen zullen hebben.
(…) een verhaal in de inmiddels ter ziele Nederlandse editie van het blad Hide & Chic.
Hij komt uit de Volkskrant van 19 januari, uit de pen van van Ronald Giphart. Het gaat om het gebruik van ter ziele. Je kunt zeggen 'De Nederlandse editie is ter ziele', maar Giphart gebruikt ter ziele alsof het een bijvoeglijk naamwoord is, gelijkwaardig aan Nederlandse. En eerlijk gezegd klinkt het helemaal niet zo gek. Dat komt doordat bijvoeglijke naamwoorden vaak een -e krijgen, en ter ziele past keurig in dat patroon.
Stel dat dit gebruik zich uitbreidt – op Google staan meer voorbeelden – hoe gaat het dan verder? De eerste stap is natuurlijk het aaneenschrijven als terziele. Bij een woord als terzijde is dat al gaande, dus het is gewoon een kwestie van tijd. Moeilijker wordt het bij onzijdige woorden. Een terziele editie is geen probleem, maar wat doe je bij onzijdige woorden: dan zou je een terziel maandblad moeten zeggen. Dat klinkt LinguaLog voorlopig nog een beetje gek in de oren. Maar het biedt wel mogelijkheden tot compact taalgebruik.
Bij woorden als te koop en te huur kan zo'n constructie ook, maar dan juist bij onzijdige woorden: een te koop huis of, later, een tekoop huis. Bij woning klinkt dat weer raar: een te kope woning. Natuurlijk bestaat koopwoning / huurwoning, maar een koopwoning staat lang niet altijd te koop, zelfs niet in deze tijden van crisis.
Hoe dan ook: het zal nog wel een tijdje duren voordat zulke nieuwe constructies toegestaan worden. Misschien moeten eerst alle oude scherpslijpers en de huidige Taalunie ter ziele zijn…
En zegt u nu: ik heb dit onlangs toch gelezen in Onze Taal: dat klopt, het eerste deel van deze column staat, gepubliceerd onder pseudoniem, in de rubriek Gesignaleerd van het blad. Die rubriek staat meestal op dezelfde pagina als de Taalergernissen, maar daar distantieert LinguaLog zich van, zoals de vaste lezers van dit blog inmiddels al begrepen zullen hebben.
vrijdag 29 maart 2013
Verbond van Ouderen roept op tot staking tegen de kou
Vanwege de aanhoudende kou doet het Verbond van Ouderen een
oproep aan alle Nederlanders, oud én jong, om op Tweede Paasdag een algemene
staking tegen het weer te houden. De voorzitter vraagt eenieder zich maandag om
15.00 uur te verzamelen bij de plaatselijke meubelpleinen. Het bestuur van het
Verbond zal tevens een petitie aanbieden aan de Cypriotische ambassadeur te Den
Haag.
Wij vroegen de
voorzitter, Henk Zonneveld, naar zijn beweegredenen.
"Het is nu al twee weken winters koud in Nederland,
terwijl het toch eigenlijk lenteweer zou moeten zijn. Onze leden zitten met hun inkomen al een paar jaar op de nullijn, en velen zelfs daaronder, en nu gaat zelfs de temperatuur in de min. Ze komen al die
tijd de deur niet uit, omdat het niet verantwoord is de straat op te gaan. Ze
moeten leven van wat ze nog in huis hebben en kunnen ook niet bij
hun geld komen. Het is veel te gevaarlijk om naar buiten te gaan. Vannacht
heeft het zelfs nog gesneeuwd."
De Cyprioten kunnen ook
niet aan hun geld komen, en die maken er toch het beste van?
"U moest eens weten hoeveel radeloze brieven wij
dagelijks ontvangen. Onze leden zitten binnen en kunnen niet veel anders dan
televisie kijken. Het nieuws uit Cyprus doet hun ook geen goed. De Cyprioten staan
dan wel in de rij voor de pinautomaten, maar hebt u gezien hóé ze daar staan?
Lekker in de lentezon, alleen een dun vestje aan of zelfs dat niet. Terwijl zij
al die jaren erop los geleefd hebben, worden ze nog beloond ook met een
stralende zon, en onze hardwerkende Nederlanders zitten hier maar bij de kachel."
Wat denkt u van Cyprus
te bereiken?
"Wij vinden dat de rijkdommen binnen Europa eerlijk
verdeeld moeten worden. Zij krijgen geld van ons en hebben bovendien nog mooi
weer, terwijl onze ouderen hier in de kou zitten te sappelen en van een blik
soep moeten leven. Wij roepen de Cyprioten op tot solidariteit met onze
ouderen. Zij kunnen best wat van hun mooie weer aan Noord-Europa afstaan. Een
kleine tegenprestatie voor die miljardenlening is wel op zijn plaats, lijkt
me."
Wat is uw motto?
"Weg met de ugh… kou en een frisse wind over Cyprus!
Ugh…ugh…
Ouderen aller landen verenigt u!"
maandag 4 maart 2013
Disleksie
Afgelopen zaterdag stond er in de Volkskrant een artikel over dyslexie van een wetenschapsjournalist, zelf dyslecticus. In een apart kader gaven twee hoogleraren commentaar. Een van hen, emeritus-hoogleraar Aryan van der Leij, vroeg zich af wie verzonnen had om sommige woorden met dys- te schrijven en andere met dis-. Deze meneer heeft waarschijnlijk niet op het gimnasium, pardon: gymnasium gezeten, want anders had hij dat wel geweten. Bovendien: uiteraard weet hij ook niet alles, maar het had hem (hij is immers hoogleraar) gesierd als hij het verschil tussen beide voorvoegsels even opgezocht had, alvorens zo'n opmerking te plaatsen. Beetje dom dus.

En daarom legt LinguaLog het maar uit.
De voorvoegsels dys- en dis- lijken soms qua betekenis een beetje op elkaar, maar hebben een verschillende oorsprong. Woorden waarin een y staat, komen uit het Grieks. Het is de transcriptie van de upsilon. Toen de Romeinen Griekse leenwoorden overnamen, konden ze de upsilon niet schrijven als u, om twee redenen: ze hadden de u al, en die spraken ze uit als oe. Bovendien is de uitspraak van de upsilon geleidelijk verschoven van u naar i (vandaar i-grec).
Dys- komt dus uit het Grieks en betekent slecht, moeilijk. Wie dyslectisch is, is, letterlijk, slecht met woorden: lexis betekent woord – ook Grieks. Iemand met spierdystrofie heeft slecht ontwikkelde spieren.
Dis- komt uit het Latijn en is een prefix, een voorvoegsel. Dis- geeft een scheiding of verwijdering aan: het Engelse to dismiss betekent ontslaan. Wij hebben woorden als discriminatie, dispuut, distributie.
En dan heb je, ten slotte, nog de Taalunie. En die gaat haar eigen gang bij dys- en dis-. LinguaLog vindt al heel lang dat de Taalunie, als het om spellingswijzigingen gaat, dysfunctioneert: slecht functioneert dus. Alleen: LinguaLog mag dat niet meer zeggen. LinguaLog moet sinds de veranderingen van 1995 disfunctioneert schrijven. Die spelling was in 1995 al aan het inburgeren, waarschijnlijk omdat de mensen de oorsprong van het woord niet meer kenden. Ga dan naar het gymnasium, zou je zeggen! Maar sinds 1995 is dysfunctioneren in de ban.
LinguaLog is op zichzelf helemaal niet tegen spellingswijzigingen: taal verandert nu eenmaal. Maar dit is wel weer een staaltje van taalterreur. Want waarom zouden we disfunctioneren met een i moeten schrijven, maar dyslexie met een y? Spelling wordt op deze manier een loterij, en mensen die op het gymnasium gezeten hebben, worden gestraft voor hun talenkennis.
Je kunt altijd nog het gymnasium afschaffen, dan kun je het in een volgende editie van het Groene Boekje als gimnasium schrijven. En het scheelt ook als je dislexie hebt. Schaf dan ook maar meteen de x af: daar kunnen we ook wel zonder, -ks- is een prima alternatief en geheel in de geest van de Taalunie, denkt LinguaLog.

En daarom legt LinguaLog het maar uit.
De voorvoegsels dys- en dis- lijken soms qua betekenis een beetje op elkaar, maar hebben een verschillende oorsprong. Woorden waarin een y staat, komen uit het Grieks. Het is de transcriptie van de upsilon. Toen de Romeinen Griekse leenwoorden overnamen, konden ze de upsilon niet schrijven als u, om twee redenen: ze hadden de u al, en die spraken ze uit als oe. Bovendien is de uitspraak van de upsilon geleidelijk verschoven van u naar i (vandaar i-grec).
Dys- komt dus uit het Grieks en betekent slecht, moeilijk. Wie dyslectisch is, is, letterlijk, slecht met woorden: lexis betekent woord – ook Grieks. Iemand met spierdystrofie heeft slecht ontwikkelde spieren.
Dis- komt uit het Latijn en is een prefix, een voorvoegsel. Dis- geeft een scheiding of verwijdering aan: het Engelse to dismiss betekent ontslaan. Wij hebben woorden als discriminatie, dispuut, distributie.
En dan heb je, ten slotte, nog de Taalunie. En die gaat haar eigen gang bij dys- en dis-. LinguaLog vindt al heel lang dat de Taalunie, als het om spellingswijzigingen gaat, dysfunctioneert: slecht functioneert dus. Alleen: LinguaLog mag dat niet meer zeggen. LinguaLog moet sinds de veranderingen van 1995 disfunctioneert schrijven. Die spelling was in 1995 al aan het inburgeren, waarschijnlijk omdat de mensen de oorsprong van het woord niet meer kenden. Ga dan naar het gymnasium, zou je zeggen! Maar sinds 1995 is dysfunctioneren in de ban.
LinguaLog is op zichzelf helemaal niet tegen spellingswijzigingen: taal verandert nu eenmaal. Maar dit is wel weer een staaltje van taalterreur. Want waarom zouden we disfunctioneren met een i moeten schrijven, maar dyslexie met een y? Spelling wordt op deze manier een loterij, en mensen die op het gymnasium gezeten hebben, worden gestraft voor hun talenkennis.
Je kunt altijd nog het gymnasium afschaffen, dan kun je het in een volgende editie van het Groene Boekje als gimnasium schrijven. En het scheelt ook als je dislexie hebt. Schaf dan ook maar meteen de x af: daar kunnen we ook wel zonder, -ks- is een prima alternatief en geheel in de geest van de Taalunie, denkt LinguaLog.
Abonneren op:
Posts (Atom)






