LinguaLog is vanmorgen naar de lapjesmarkt geweest. Zo heette die natuurlijk niet, want wie wil daar tegenwoordig nou nog heen? Het evenement heette Stoffenspektakel, gelukkig wel zonder spatie trouwens. Wat is dat toch tegenwoordig? LinguaLog bespeurt een tendens om zaken niet een gewone naam te geven, maar er moet altijd nog een schepje bovenop. De TROS-radio heeft al jaren een Nieuwsshow, de stoffenbeurs heet ineens spektakel.
In Frankrijk heb je van die hele grote supermarkten. Hoe noem je je supermarkt als je wilt aangeven dat hij groter is dan die van je concurrent? Hypermarché, of, nog groter, Géant. En de volgende, hoe moet je die dan noemen? Er treedt zogezegd inflatie in de naamgeving op. Dan is Albert Heijn toch heel wat simpeler en huiselijker. Dat past ons Nederlanders wel, denkt LinguaLog. Aan de andere kant van het spectrum zit Lidl, maar die naam is bedacht om aan te geven hoe laag de prijzen zijn.
Bijvoeglijke naamwoorden, ook zoiets. Die hebben bijna allemaal een vergrotende en overtreffende trap: groot – groter – grootst. Heel nuttig en zinvol allemaal. Nu zijn er ook bijvoeglijke naamwoorden met een absolute betekenis: je bent het of je bent het niet: zwanger, dood. Meer of minder kan niet. En meer dan de overtreffende trap kan ook niet: de Mount Everest is de hoogste berg op aarde, punt.
Alhoewel, die notie is tegenwoordig aan het slijten. Woorden als perfect, ideaal en optimaal zijn afgezwakt geraakt. De Taalunie heeft een website met taaladviezen en daar noemt zij een perfectere minnaar en de meest ideale vakantie acceptabel. Bij optimaal ligt het iets anders. Optimaal is afgeleid van het Latijnse optimus, de overtreffende trap van bonus, goed. De Taalunie denkt dat het meest optimaal nog niet voldoende ingeburgerd en acceptabel is.
Uniek kan strikt genomen ook niet in de overtreffende trap. Toch wordt het veel gedaan, googel er maar eens op:
Meest uniek aan 't Speelhuis is (was, LL) toch wel de intieme theaterzaal.
Het meest uniek aan Alphen aan den Rijn is misschien wel de ligging.
Vooral reclamemakers zijn dol op het meest optimaal/uniek.
Wat moeten we hier nu mee?
LinguaLog hoort niet tot de preciezen die meteen zeggen: fout, kan niet, mag niet. Anderzijds stoort de inflatie haar wel een beetje. Want wat moet je nu zeggen als meest uniek algemeen geaccepteerd is, en je wilt aangeven dat het nóg unieker is?
Het wordt allemaal zo schreeuwerig, alsof je boodschap zonder die superlatieven niet overkomt. Misschien is de boodschap dan wel niet goed genoeg.
En misschien moeten we gewoon terug naar het oude spreekwoord Goede wijn behoeft geen krans.
Inmiddels zultt u wel begrepen hebben dat de titel van dit blog geen tikfout was!
Welkom op het weblog van Taalbureau Lingua! In dit taalblog leest u over actuele taalkwesties, handige weetjes op taalgebied, een rubriek etymologica, kortom: alles wat ik graag met de lezers wil delen. Bezoek ook mijn website: www.taalbureaulingua.nl
zondag 16 september 2012
zondag 9 september 2012
Stemadvies?
LinguaLog gaat het deze week níét over de politiek hebben. Zij denkt dat het voor u een verademing is om eens iets anders te lezen.
We gaan nog even door met lengterecords. Van zo ongeveer alles worden tegenwoordig lijstjes bijgehouden. Zo heeft men woorden gezocht met zo veel mogelijk klinkers, en het record was kraaieeieren. Helaas is deze wondermooie combinatie de nek omgedraaid bij de spellingwijziging van 1995, toen die vreselijke tussen-n ingevoerd werd. Waarom LinguaLog deze vreselijk vindt, komt in een latere column vast nog wel eens aan de orde. Hoe dan ook, die lol is er tegenwoordig van af.
Gelukkig bestaan er nog wel lange medeklinkercombinaties, tenzij de Taalunie ineens een tussen-e gaat verzinnen. In 2015 komt er weer een spellingwijziging, dus wie weet.
Vanouds kennen we het woord angstschreeuw, met acht medeklinkers op een rij. Langer kan ook nog: slechtstschrijvend, met negen medeklinkers, de overtreffende trap van slechtschrijvend. Helaas staat dit niet in het Groene Boekje. Slechtlopend en slechtziend wel, en dus hebben we hier weer een geval van spellingloterij, waar het Groene Boekje zo rijk aan is. Daarover ging een eerdere column van LinguaLog.
Tien medeklinkers kan ook nog: borsjtsjschranser. Borsjtsj is een Russische bietensoep. In het Russisch heeft dit woord maar vier letters: het Russisch heeft voor sjtsj één letter, щ. Borsjtsj staat ook in het oosten van Duitsland op de menukaart, en daar heet het Borschtsch, met acht medeklinkers. Wat dit woord zo bijzonder maakt, is dat het, in tegenstelling tot de eerder genoemde woorden, níét samengesteld is. Borsjtsjschranser heeft in het Duits zelfs 12 medeklinkers: Borschtschschlemmer.
Nou is Borschtsch een leenwoord. Er zijn talen die inheemse woorden/namen hebben die uitsluitend medeklinkers bevatten. Het Kroatische eiland Krk is zo'n voorbeeld. Het woord is trouwens gemakkelijk uit te spreken vanwege het bijzondere karakter van de r: je voegt bijna automatisch een stomme e (schwa) in, en dan is het effect van die medeklinkers weg.
Het Welsh staat bekend om zijn bijzondere woordbeeld: je komt onderweg wegwijzers tegen naar Pwll en Bwlch, met alleen medeklinkers dus. Record is Cwmtwrch, een samengestelde naam trouwens: dal van het wilde zwijn. De oplossing van deze combinatie is heel eenvoudig: in het Welsh wordt de w als oe uitgesproken! Jammer misschien, maar er zijn ook nog gewone mensen op de wereld, niet alleen taalkundigen.
Tot slot toch nog een stemadvies: LinguaLog raadt u aan te stemmen op een partij die de moed heeft om van de Taalunie te eisen om de verplichte, en soms volstrekt onwetenschappelijke tussen-n de nek om te draaien, én om combinaties als slechtschrijvend officieel toe te staan. Hierdoor wordt de arbeidsvreugde van recordzoekers en columnschrijvers zeer vergroot!
We gaan nog even door met lengterecords. Van zo ongeveer alles worden tegenwoordig lijstjes bijgehouden. Zo heeft men woorden gezocht met zo veel mogelijk klinkers, en het record was kraaieeieren. Helaas is deze wondermooie combinatie de nek omgedraaid bij de spellingwijziging van 1995, toen die vreselijke tussen-n ingevoerd werd. Waarom LinguaLog deze vreselijk vindt, komt in een latere column vast nog wel eens aan de orde. Hoe dan ook, die lol is er tegenwoordig van af.
Gelukkig bestaan er nog wel lange medeklinkercombinaties, tenzij de Taalunie ineens een tussen-e gaat verzinnen. In 2015 komt er weer een spellingwijziging, dus wie weet.
Vanouds kennen we het woord angstschreeuw, met acht medeklinkers op een rij. Langer kan ook nog: slechtstschrijvend, met negen medeklinkers, de overtreffende trap van slechtschrijvend. Helaas staat dit niet in het Groene Boekje. Slechtlopend en slechtziend wel, en dus hebben we hier weer een geval van spellingloterij, waar het Groene Boekje zo rijk aan is. Daarover ging een eerdere column van LinguaLog.
Tien medeklinkers kan ook nog: borsjtsjschranser. Borsjtsj is een Russische bietensoep. In het Russisch heeft dit woord maar vier letters: het Russisch heeft voor sjtsj één letter, щ. Borsjtsj staat ook in het oosten van Duitsland op de menukaart, en daar heet het Borschtsch, met acht medeklinkers. Wat dit woord zo bijzonder maakt, is dat het, in tegenstelling tot de eerder genoemde woorden, níét samengesteld is. Borsjtsjschranser heeft in het Duits zelfs 12 medeklinkers: Borschtschschlemmer.
Nou is Borschtsch een leenwoord. Er zijn talen die inheemse woorden/namen hebben die uitsluitend medeklinkers bevatten. Het Kroatische eiland Krk is zo'n voorbeeld. Het woord is trouwens gemakkelijk uit te spreken vanwege het bijzondere karakter van de r: je voegt bijna automatisch een stomme e (schwa) in, en dan is het effect van die medeklinkers weg.
Het Welsh staat bekend om zijn bijzondere woordbeeld: je komt onderweg wegwijzers tegen naar Pwll en Bwlch, met alleen medeklinkers dus. Record is Cwmtwrch, een samengestelde naam trouwens: dal van het wilde zwijn. De oplossing van deze combinatie is heel eenvoudig: in het Welsh wordt de w als oe uitgesproken! Jammer misschien, maar er zijn ook nog gewone mensen op de wereld, niet alleen taalkundigen.
Tot slot toch nog een stemadvies: LinguaLog raadt u aan te stemmen op een partij die de moed heeft om van de Taalunie te eisen om de verplichte, en soms volstrekt onwetenschappelijke tussen-n de nek om te draaien, én om combinaties als slechtschrijvend officieel toe te staan. Hierdoor wordt de arbeidsvreugde van recordzoekers en columnschrijvers zeer vergroot!
zondag 2 september 2012
Spatiebalk
Vorige week schreef LinguaLog over langewoordenfobie: de belangrijkste toets op de computer lijkt tegenwoordig de spatiebalk te zijn. Een woord wordt tegenwoordig algauw lang gevonden, zoals blijkt uit het nieuwe logo van het Rijksmuseum. Soms leidt dit tot komische situaties, en er zijn mensen die dit soort juweeltjes verzamelen. René Dings heeft hierover een boekje geschreven: Weg om legging. Enkele voorbeelden: ‘Buiten band kopen, binnen band gratis.’ Of: ‘Dames hakken, 5.95’. Er is ook een website, genaamd Signalering Onjuist Spatiegebruik, waar je fout spatiegebruik kunt melden. LinguaLog vindt de toon van de site net iets te bozig, maar ze hebben wel gelijk.
Er zijn ook mensen die er een sport van maken om zo lang mogelijke woorden te zoeken. Die woorden maken vaak een gekunstelde indruk. LinguaLog heeft zelf verzekeringsagentenfietsverzekeringsoffertevergelijking verzonnen: 54 letters, 55 aanslagen vanwege de ij. Het is misschien een leuk kunstje, maar neemt u het vooral niet al te serieus. De tijd dat verzekeringsagenten op de fiets komen is lang voorbij, want je imponeert je klanten meer met een dure leasebak dan met een kekke, al dan niet elektrische, fiets.
Maar woorden van ruim 30 letters zijn helemaal niet zo ongewoon: kunstnijverheidstentoonstelling, 31 letters; arbeidsongeschiktheidsverzekering, 33 letters. Prima te lezen, en het is niet nodig ze in drieën te knippen.
De Duitsers kunnen er ook wat van. Het Duits heeft de neiging, in tegenstelling tot het Engels, om woorden juist aan elkaar te plakken: Großbank, Rotwein, Rohkost. Het laatste hebben wij overgenomen als rauwkost, een germanisme waar sommige mensen nog steeds van gruwen.
Echt lange woorden worden ook in het Duitse taalgebied verzameld. LinguaLog kwam tijdens de vakantie een alleraardigst boekje tegen: Unnützes Sprachwissen, een boekje met allerlei nutteloze Duitse taalweetjes. Het bevat ook een lijstje met lange woorden, voornamelijk opgetekend uit de wereld van recht, bestuur en natuurwetenschap. Het record staat op 67 letters: Grundstücksverkehrsgenehmigungszuständigkeitsübertragungsverordnung. LinguaLog doet een poging dit woord te verklaren: het is een verordening die de overdracht van bevoegdheden regelt bij het uitgeven van vergunningen bij de (eigendoms)overdracht van een stuk grond. De verordening heeft ook echt bestaan, maar is in 2007 opgeheven. Ziet u trouwens wat er bij de verklaring van het woord gebeurt: dat gaat van achter naar voren, een intertalig palindroom dus.
LinguaLog weet niet of deze term bestaat, maar hoe dan ook, dit is er een voorbeeld van.
Tot de volgende keer, en gun de spatiebalk soms zijn verdiende rust!
Er zijn ook mensen die er een sport van maken om zo lang mogelijke woorden te zoeken. Die woorden maken vaak een gekunstelde indruk. LinguaLog heeft zelf verzekeringsagentenfietsverzekeringsoffertevergelijking verzonnen: 54 letters, 55 aanslagen vanwege de ij. Het is misschien een leuk kunstje, maar neemt u het vooral niet al te serieus. De tijd dat verzekeringsagenten op de fiets komen is lang voorbij, want je imponeert je klanten meer met een dure leasebak dan met een kekke, al dan niet elektrische, fiets.
Maar woorden van ruim 30 letters zijn helemaal niet zo ongewoon: kunstnijverheidstentoonstelling, 31 letters; arbeidsongeschiktheidsverzekering, 33 letters. Prima te lezen, en het is niet nodig ze in drieën te knippen.
De Duitsers kunnen er ook wat van. Het Duits heeft de neiging, in tegenstelling tot het Engels, om woorden juist aan elkaar te plakken: Großbank, Rotwein, Rohkost. Het laatste hebben wij overgenomen als rauwkost, een germanisme waar sommige mensen nog steeds van gruwen.
Echt lange woorden worden ook in het Duitse taalgebied verzameld. LinguaLog kwam tijdens de vakantie een alleraardigst boekje tegen: Unnützes Sprachwissen, een boekje met allerlei nutteloze Duitse taalweetjes. Het bevat ook een lijstje met lange woorden, voornamelijk opgetekend uit de wereld van recht, bestuur en natuurwetenschap. Het record staat op 67 letters: Grundstücksverkehrsgenehmigungszuständigkeitsübertragungsverordnung. LinguaLog doet een poging dit woord te verklaren: het is een verordening die de overdracht van bevoegdheden regelt bij het uitgeven van vergunningen bij de (eigendoms)overdracht van een stuk grond. De verordening heeft ook echt bestaan, maar is in 2007 opgeheven. Ziet u trouwens wat er bij de verklaring van het woord gebeurt: dat gaat van achter naar voren, een intertalig palindroom dus.
LinguaLog weet niet of deze term bestaat, maar hoe dan ook, dit is er een voorbeeld van.
Tot de volgende keer, en gun de spatiebalk soms zijn verdiende rust!
zondag 26 augustus 2012
RIJKS MUSEUM
Het Rijks museum gaat binnenkort na een lange verbouwings periode weer open. De museum directie heeft een design bureau in de arm genomen om een nieuw bedrijfs logo te ontwerpen. Lingua Log gaat niet over het esthetica aspect van het ontwerp, maar haar viel onmiddellijk iets op; als u de blog titel en deze eerste alinea goed gelezen hebt, zult u begrijpen wat zij bedoelt.
LinguaLog voelt zich geschoffeerd: alsof zij een woord van tien letters – elf toetsaanslagen, dat weer wel – niet meer in één keer kan overzien! Rijksmuseum: een woord van niks qua lengte, een woord ook dat niet één buitenlander fatsoenlijk kan uitspreken, maar dat heeft niet te maken met de lengte ervan. Het is dus voor ons, Nederlanders gedaan. Nederlanders kunnen langere woorden immers niet meer overzien, dat is zo móéilijk… Nu is een woord van tien letters ook al lang. En dat voor een van de iconen van onze cultuur. En, misschien heel Nederlands, nu gaan de belastingcenten van LinguaLog naar een spelfout! Het moet toch niet gekker worden. Doen wij ons best om correct te spellen, LinguaLog streepte al die jaren in het onderwijs alle foute t's en dt's aan: alle werk voor niets geweest.
De directie van het Rijksmuseum lijdt waarschijnlijk aan hippopotomonstrosesquipedaliofobie.
Huh?
Kort gezegd: zij lijdt aan angst voor lange woorden. Ja, ja, voor alles bestaat tegenwoordig een fobie, anders tel je niet mee. Het woord bestaat uit vier stukken, waarvan alleen het laatste element u bekend zal zijn. Het derde stuk is sesquipedalis (vaak fout gespeld als sesquippedalis): dat is Latijn en betekent anderhalve voet lang. In de oudheid had het al de figuurlijke betekenis ellenlang. De eerste twee delen zijn afgeleid van hippopotamus en monstrum, nijlpaard en monster, gedrocht. Dat heeft natuurlijk niets met langewoordenfobie te maken, maar ze maken het woord nog langer en gedrochtelijker.
Wie dit woord verzonnen heeft, is LinguaLog niet bekend. Zij vond het op internetpagina's uit 2006 en de Engelse versie (nog een letter langer vanwege de –phobia) wordt al geciteerd in 2002.
Gelukkig weten we nu hoe het komt en kan de directie van het museum behandeld worden. Welke taalkundigen bieden zich aan?
LinguaLog voelt zich geschoffeerd: alsof zij een woord van tien letters – elf toetsaanslagen, dat weer wel – niet meer in één keer kan overzien! Rijksmuseum: een woord van niks qua lengte, een woord ook dat niet één buitenlander fatsoenlijk kan uitspreken, maar dat heeft niet te maken met de lengte ervan. Het is dus voor ons, Nederlanders gedaan. Nederlanders kunnen langere woorden immers niet meer overzien, dat is zo móéilijk… Nu is een woord van tien letters ook al lang. En dat voor een van de iconen van onze cultuur. En, misschien heel Nederlands, nu gaan de belastingcenten van LinguaLog naar een spelfout! Het moet toch niet gekker worden. Doen wij ons best om correct te spellen, LinguaLog streepte al die jaren in het onderwijs alle foute t's en dt's aan: alle werk voor niets geweest.
De directie van het Rijksmuseum lijdt waarschijnlijk aan hippopotomonstrosesquipedaliofobie.
Huh?
Kort gezegd: zij lijdt aan angst voor lange woorden. Ja, ja, voor alles bestaat tegenwoordig een fobie, anders tel je niet mee. Het woord bestaat uit vier stukken, waarvan alleen het laatste element u bekend zal zijn. Het derde stuk is sesquipedalis (vaak fout gespeld als sesquippedalis): dat is Latijn en betekent anderhalve voet lang. In de oudheid had het al de figuurlijke betekenis ellenlang. De eerste twee delen zijn afgeleid van hippopotamus en monstrum, nijlpaard en monster, gedrocht. Dat heeft natuurlijk niets met langewoordenfobie te maken, maar ze maken het woord nog langer en gedrochtelijker.
Wie dit woord verzonnen heeft, is LinguaLog niet bekend. Zij vond het op internetpagina's uit 2006 en de Engelse versie (nog een letter langer vanwege de –phobia) wordt al geciteerd in 2002.
Gelukkig weten we nu hoe het komt en kan de directie van het museum behandeld worden. Welke taalkundigen bieden zich aan?
zondag 19 augustus 2012
Zee of meer?
LinguaLog is deze zomer met vakantie naar de Oostzee geweest, en omdat het dit weekend zo warm is, deze keer ter verkoeling een blog over water; alleen, u moet de temperatuur er zelf bij denken!
LinguaLog had, net als u waarschijnlijk, vroeger op school geleerd dat het Duitse woord See meer betekent, en Meer zee: het was Bodensee en Mittelmeer.
Toen stond LinguaLog aan de Oostzee, en die bleek in het Duits voornamelijk als Ostsee aangeduid te worden. En onze Noordzee heet ook Nordsee. LinguaLog zocht naar een verklaring: de Oostzee is bijna een binnenzee, je kunt er alleen komen via smalle doorgangen tussen de Deense eilanden. Tussen haakjes, het zoutgehalte is ook veel lager dan onze Noordzee en er is weinig getijdewerking. Maar de Middellandse Zee is toch ook een binnenzee, en die heet in het Duits Mittelmeer.
Bovendien: voor Duitsland is de Oostzee voornamelijk Noordzee en de echte Noordzee is voor de Duitsers de Westzee.
De verklaring vond LinguaLog in een oud synoniemenwoordenboek op internet: er waren ooit volksstammen die beide woorden, See en Meer, hadden, en de wateren die ze via het Latijn leerden kennen, noemden ze Meer; anderzijds waren er volksstammen die alleen het woord See hadden, en die noemden álle zoute wateren See. Meer is verwant met het Latijnse woord mare, zee. Sommige wateren hebben een dubbele benaming: de Noordzee heet ook das deutsche Meer en de Oostzee das baltische Meer. De zeeën die men nog niet kende, werden na de ontdekkingsreizen van Thomas Cook onder invloed van het Engels See genoemd: Südsee. Ook allerlei samenstellingen met zee heten See-: Seewind, Seereise, Seeraüber.
De Kaspische Zee en de Dode Zee heten daarentegen das kaspische Meer, das tote Meer, ongetwijfeld dankzij de ontlening aan het Latijn.
Ten slotte het Engels en Frans. Meer heet in het Engels lake. Het is verleidelijk om te denken dat lakeafgeleid is van het Latijnse lacus, omdat het Engels vol Romaanse leenwoorden zit. Verband is er natuurlijk wel, maar het gaat hier om een Indo-Europees woord. Deze stam vinden we ook in het Duits en het Nederlands: die Lache en laak. Lache betekent tegenwoordig plas of poel, net als het Nederlandse laak, dat nog wel in Van Dale staat, maar verder zo goed als vergeten is. Het komt alleen nog in namen voor. Het Franse lac is wel aan het Latijn ontleend, hoewel we er waarschijnlijk nooit achter zullen komen wat de Gallische volksstammen ten tijde van de verovering door Caesar zeiden.
LinguaLog had, net als u waarschijnlijk, vroeger op school geleerd dat het Duitse woord See meer betekent, en Meer zee: het was Bodensee en Mittelmeer.
Toen stond LinguaLog aan de Oostzee, en die bleek in het Duits voornamelijk als Ostsee aangeduid te worden. En onze Noordzee heet ook Nordsee. LinguaLog zocht naar een verklaring: de Oostzee is bijna een binnenzee, je kunt er alleen komen via smalle doorgangen tussen de Deense eilanden. Tussen haakjes, het zoutgehalte is ook veel lager dan onze Noordzee en er is weinig getijdewerking. Maar de Middellandse Zee is toch ook een binnenzee, en die heet in het Duits Mittelmeer.
Bovendien: voor Duitsland is de Oostzee voornamelijk Noordzee en de echte Noordzee is voor de Duitsers de Westzee.
De verklaring vond LinguaLog in een oud synoniemenwoordenboek op internet: er waren ooit volksstammen die beide woorden, See en Meer, hadden, en de wateren die ze via het Latijn leerden kennen, noemden ze Meer; anderzijds waren er volksstammen die alleen het woord See hadden, en die noemden álle zoute wateren See. Meer is verwant met het Latijnse woord mare, zee. Sommige wateren hebben een dubbele benaming: de Noordzee heet ook das deutsche Meer en de Oostzee das baltische Meer. De zeeën die men nog niet kende, werden na de ontdekkingsreizen van Thomas Cook onder invloed van het Engels See genoemd: Südsee. Ook allerlei samenstellingen met zee heten See-: Seewind, Seereise, Seeraüber.
De Kaspische Zee en de Dode Zee heten daarentegen das kaspische Meer, das tote Meer, ongetwijfeld dankzij de ontlening aan het Latijn.
Ten slotte het Engels en Frans. Meer heet in het Engels lake. Het is verleidelijk om te denken dat lakeafgeleid is van het Latijnse lacus, omdat het Engels vol Romaanse leenwoorden zit. Verband is er natuurlijk wel, maar het gaat hier om een Indo-Europees woord. Deze stam vinden we ook in het Duits en het Nederlands: die Lache en laak. Lache betekent tegenwoordig plas of poel, net als het Nederlandse laak, dat nog wel in Van Dale staat, maar verder zo goed als vergeten is. Het komt alleen nog in namen voor. Het Franse lac is wel aan het Latijn ontleend, hoewel we er waarschijnlijk nooit achter zullen komen wat de Gallische volksstammen ten tijde van de verovering door Caesar zeiden.
zondag 12 augustus 2012
Voor het echie?
Wanneer beginnen de Olympische Spelen nu eindelijk eens? U denkt natuurlijk: LinguaLog houdt niet zo van sport en het is haar ontgaan dat de Spelen allang begonnen zijn en zelfs al bijna afgelopen zijn. Zoals er mensen zijn die jarenlang in de jungle van Vietnam bleven leven, in de veronderstelling dat de oorlog nog niet afgelopen was.
Zo erg is het met LinguaLog niet gesteld. Natuurlijk heeft zij de prestatie van onze Epke gezien, weliswaar in het journaal, maar dat telt ook, vindt zij.
Wat wil het geval: wij hebben met z'n allen naar de oefening van Epke Zonderland zitten kijken. Turnen moet wel een bijzondere sport zijn, als je alleen al bij het oefenen een medaille kunt krijgen. Vandaar de vraag: wanneer begint de echte wedstrijd nou? Usain Bolt heeft toch ook vóór de Spelen geoefend en tijdens de Spelen zijn wedstrijden gelopen? En wat heeft Epke Zonderland voor de Spelen gedaan? Was dat dan geen oefenen?
In interviews had je hem kunnen horen zeggen dat hij hard getraind had. Maar trainen is gewoon een leenwoord uit het Engels en betekent oefenen.
Andere talen spreken in dit verband trouwens ook van oefening: exercise (Frans en Engels), Übung (Duits). De oorsprong van deze betekenis van oefenen heeft LinguaLog nog niet kunnen achterhalen. Etymologische woordenboeken spreken er niet van. Het woord oefenen is in het Indo-Europees verwant met het Latijnse opus, dat werk betekent. Als je oefenen zo opvat, valt het nog wel te verdedigen: veel topsporters zijn tijdens wedstrijden immers niet aan het oefenen, maar aan het werk, want ze krijgen er dik voor betaald.
Ziezo, probleem ook alweer opgelost…
Nu alleen de marathon nog, waar LinguaLog vorig jaar al eens over heeft geschreven, en vanavond de slotceremonie. Ceremonie houdt trouwens ook verband met het Latijn: het is afgeleid van de stad Caere in Italië, waar Etruskische priesters riten voltrokken.
Zo erg is het met LinguaLog niet gesteld. Natuurlijk heeft zij de prestatie van onze Epke gezien, weliswaar in het journaal, maar dat telt ook, vindt zij.
Wat wil het geval: wij hebben met z'n allen naar de oefening van Epke Zonderland zitten kijken. Turnen moet wel een bijzondere sport zijn, als je alleen al bij het oefenen een medaille kunt krijgen. Vandaar de vraag: wanneer begint de echte wedstrijd nou? Usain Bolt heeft toch ook vóór de Spelen geoefend en tijdens de Spelen zijn wedstrijden gelopen? En wat heeft Epke Zonderland voor de Spelen gedaan? Was dat dan geen oefenen?
In interviews had je hem kunnen horen zeggen dat hij hard getraind had. Maar trainen is gewoon een leenwoord uit het Engels en betekent oefenen.
Andere talen spreken in dit verband trouwens ook van oefening: exercise (Frans en Engels), Übung (Duits). De oorsprong van deze betekenis van oefenen heeft LinguaLog nog niet kunnen achterhalen. Etymologische woordenboeken spreken er niet van. Het woord oefenen is in het Indo-Europees verwant met het Latijnse opus, dat werk betekent. Als je oefenen zo opvat, valt het nog wel te verdedigen: veel topsporters zijn tijdens wedstrijden immers niet aan het oefenen, maar aan het werk, want ze krijgen er dik voor betaald.
Ziezo, probleem ook alweer opgelost…
Nu alleen de marathon nog, waar LinguaLog vorig jaar al eens over heeft geschreven, en vanavond de slotceremonie. Ceremonie houdt trouwens ook verband met het Latijn: het is afgeleid van de stad Caere in Italië, waar Etruskische priesters riten voltrokken.
zondag 5 augustus 2012
Kluts
LinguaLog is met vakantie in Polen geweest en is een beetje de kluts kwijt. Nee, maakt u zich niet ongerust, zij zit heel vrolijk achter de computer te typen, maar soms zijn de dingen een beetje anders dan zij dacht.
Dat zit zo:
In het oude raadhuis van Gdańsk kwam zij een Pools-Nederlandse mevrouw tegen, die vertelde dat ze gehoord had dat de oorsprong van de uitdrukking de kluts kwijt zijn in het Pools ligt. Het Pools kent het woord klucz (uitspraak: kloetsj), dat sleutel betekent. En als je je sleutel kwijt bent, weet je je geen raad. LinguaLog beloofde haar het thuis eens uit te zoeken, en misschien leest zij dit stukje nu ook.
Het zou wel heel leuk zijn, want Poolse leenwoorden zijn er in het Nederlands niet zo veel. Veel verder dan polka en hetman (aanvoerder van de kozakken) komt LinguaLog niet, en hetman is op zijn beurt afgeleid van het Duitse Hauptmann. Trouwens, wie kent dat woord eigenlijk?
Jammer, mevrouw, maar kluts is toch echt een Germaans woord. Over de herkomst van de uitdrukking de kluts kwijt zijn zijn de etymologen het niet helemaal eens. Het verband met klutsen, kloppen van een vloeistof tot een wat dikkere substantie, wordt veelal als verklaring aangevoerd. Je moet eieren of room met een regelmatige slag kloppen, en als je dat niet doet, ben je de kluts kwijt en krijg je geen egaal geheel.
F.A. Stoett, die rond 1900 het tweedelige werk Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden heeft geschreven, geeft een iets andere verklaring. De uitdrukking stamt niet uit de keuken, maar uit de papierindustrie, in de tijd dat de papiervloeistof nog met de hand geroerd werd.
Nog een andere verklaring komt uit het Leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs: de kluts kwijt zijn is ontleend aan het Engelse clutch, een hendel die een apparaat in of buiten werking stelt.
De uitdrukking komt ook voor in het Zuid-Afrikaans: die kluts kwytraak. Het Afrikaans is vrij vroeg ontstaan, zo rond 1600, en daarna is de taal zijn eigen weg gegaan. Natuurlijk zou, via de Hanzecontacten, het woord klucz vóór die tijd in het Nederlands terechtgekomen kunnen zijn, maar waarschijnlijk is dat niet.
Na al deze omzwervingen heeft LinguaLog de sleutel van de oorsprong van de uitdrukking dus gevonden, en is daarmee haar kluts weer terecht!
Dat zit zo:
In het oude raadhuis van Gdańsk kwam zij een Pools-Nederlandse mevrouw tegen, die vertelde dat ze gehoord had dat de oorsprong van de uitdrukking de kluts kwijt zijn in het Pools ligt. Het Pools kent het woord klucz (uitspraak: kloetsj), dat sleutel betekent. En als je je sleutel kwijt bent, weet je je geen raad. LinguaLog beloofde haar het thuis eens uit te zoeken, en misschien leest zij dit stukje nu ook.
Het zou wel heel leuk zijn, want Poolse leenwoorden zijn er in het Nederlands niet zo veel. Veel verder dan polka en hetman (aanvoerder van de kozakken) komt LinguaLog niet, en hetman is op zijn beurt afgeleid van het Duitse Hauptmann. Trouwens, wie kent dat woord eigenlijk?
Jammer, mevrouw, maar kluts is toch echt een Germaans woord. Over de herkomst van de uitdrukking de kluts kwijt zijn zijn de etymologen het niet helemaal eens. Het verband met klutsen, kloppen van een vloeistof tot een wat dikkere substantie, wordt veelal als verklaring aangevoerd. Je moet eieren of room met een regelmatige slag kloppen, en als je dat niet doet, ben je de kluts kwijt en krijg je geen egaal geheel.
F.A. Stoett, die rond 1900 het tweedelige werk Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden heeft geschreven, geeft een iets andere verklaring. De uitdrukking stamt niet uit de keuken, maar uit de papierindustrie, in de tijd dat de papiervloeistof nog met de hand geroerd werd.
Nog een andere verklaring komt uit het Leenwoordenboek van Nicoline van der Sijs: de kluts kwijt zijn is ontleend aan het Engelse clutch, een hendel die een apparaat in of buiten werking stelt.
De uitdrukking komt ook voor in het Zuid-Afrikaans: die kluts kwytraak. Het Afrikaans is vrij vroeg ontstaan, zo rond 1600, en daarna is de taal zijn eigen weg gegaan. Natuurlijk zou, via de Hanzecontacten, het woord klucz vóór die tijd in het Nederlands terechtgekomen kunnen zijn, maar waarschijnlijk is dat niet.
Na al deze omzwervingen heeft LinguaLog de sleutel van de oorsprong van de uitdrukking dus gevonden, en is daarmee haar kluts weer terecht!
Abonneren op:
Posts (Atom)





