LinguaLog stuitte onlangs op een nieuw taalverschijnsel: zoiets is altijd leuk en zij wil dit met u delen. Het ging om de volgende – iets ingekorte – zin:
(…) een verhaal in de inmiddels ter ziele Nederlandse editie van het blad Hide & Chic.
Hij komt uit de Volkskrant van 19 januari, uit de pen van van Ronald Giphart. Het gaat om het gebruik van ter ziele. Je kunt zeggen 'De Nederlandse editie is ter ziele', maar Giphart gebruikt ter ziele alsof het een bijvoeglijk naamwoord is, gelijkwaardig aan Nederlandse. En eerlijk gezegd klinkt het helemaal niet zo gek. Dat komt doordat bijvoeglijke naamwoorden vaak een -e krijgen, en ter ziele past keurig in dat patroon.
Stel dat dit gebruik zich uitbreidt – op Google staan meer voorbeelden – hoe gaat het dan verder? De eerste stap is natuurlijk het aaneenschrijven als terziele. Bij een woord als terzijde is dat al gaande, dus het is gewoon een kwestie van tijd. Moeilijker wordt het bij onzijdige woorden. Een terziele editie is geen probleem, maar wat doe je bij onzijdige woorden: dan zou je een terziel maandblad moeten zeggen. Dat klinkt LinguaLog voorlopig nog een beetje gek in de oren. Maar het biedt wel mogelijkheden tot compact taalgebruik.
Bij woorden als te koop en te huur kan zo'n constructie ook, maar dan juist bij onzijdige woorden: een te koop huis of, later, een tekoop huis. Bij woning klinkt dat weer raar: een te kope woning. Natuurlijk bestaat koopwoning / huurwoning, maar een koopwoning staat lang niet altijd te koop, zelfs niet in deze tijden van crisis.
Hoe dan ook: het zal nog wel een tijdje duren voordat zulke nieuwe constructies toegestaan worden. Misschien moeten eerst alle oude scherpslijpers en de huidige Taalunie ter ziele zijn…
En zegt u nu: ik heb dit onlangs toch gelezen in Onze Taal: dat klopt, het eerste deel van deze column staat, gepubliceerd onder pseudoniem, in de rubriek Gesignaleerd van het blad. Die rubriek staat meestal op dezelfde pagina als de Taalergernissen, maar daar distantieert LinguaLog zich van, zoals de vaste lezers van dit blog inmiddels al begrepen zullen hebben.
Welkom op het weblog van Taalbureau Lingua! In dit taalblog leest u over actuele taalkwesties, handige weetjes op taalgebied, een rubriek etymologica, kortom: alles wat ik graag met de lezers wil delen. Bezoek ook mijn website: www.taalbureaulingua.nl
zondag 7 april 2013
vrijdag 29 maart 2013
Verbond van Ouderen roept op tot staking tegen de kou
Vanwege de aanhoudende kou doet het Verbond van Ouderen een
oproep aan alle Nederlanders, oud én jong, om op Tweede Paasdag een algemene
staking tegen het weer te houden. De voorzitter vraagt eenieder zich maandag om
15.00 uur te verzamelen bij de plaatselijke meubelpleinen. Het bestuur van het
Verbond zal tevens een petitie aanbieden aan de Cypriotische ambassadeur te Den
Haag.
Wij vroegen de
voorzitter, Henk Zonneveld, naar zijn beweegredenen.
"Het is nu al twee weken winters koud in Nederland,
terwijl het toch eigenlijk lenteweer zou moeten zijn. Onze leden zitten met hun inkomen al een paar jaar op de nullijn, en velen zelfs daaronder, en nu gaat zelfs de temperatuur in de min. Ze komen al die
tijd de deur niet uit, omdat het niet verantwoord is de straat op te gaan. Ze
moeten leven van wat ze nog in huis hebben en kunnen ook niet bij
hun geld komen. Het is veel te gevaarlijk om naar buiten te gaan. Vannacht
heeft het zelfs nog gesneeuwd."
De Cyprioten kunnen ook
niet aan hun geld komen, en die maken er toch het beste van?
"U moest eens weten hoeveel radeloze brieven wij
dagelijks ontvangen. Onze leden zitten binnen en kunnen niet veel anders dan
televisie kijken. Het nieuws uit Cyprus doet hun ook geen goed. De Cyprioten staan
dan wel in de rij voor de pinautomaten, maar hebt u gezien hóé ze daar staan?
Lekker in de lentezon, alleen een dun vestje aan of zelfs dat niet. Terwijl zij
al die jaren erop los geleefd hebben, worden ze nog beloond ook met een
stralende zon, en onze hardwerkende Nederlanders zitten hier maar bij de kachel."
Wat denkt u van Cyprus
te bereiken?
"Wij vinden dat de rijkdommen binnen Europa eerlijk
verdeeld moeten worden. Zij krijgen geld van ons en hebben bovendien nog mooi
weer, terwijl onze ouderen hier in de kou zitten te sappelen en van een blik
soep moeten leven. Wij roepen de Cyprioten op tot solidariteit met onze
ouderen. Zij kunnen best wat van hun mooie weer aan Noord-Europa afstaan. Een
kleine tegenprestatie voor die miljardenlening is wel op zijn plaats, lijkt
me."
Wat is uw motto?
"Weg met de ugh… kou en een frisse wind over Cyprus!
Ugh…ugh…
Ouderen aller landen verenigt u!"
maandag 4 maart 2013
Disleksie
Afgelopen zaterdag stond er in de Volkskrant een artikel over dyslexie van een wetenschapsjournalist, zelf dyslecticus. In een apart kader gaven twee hoogleraren commentaar. Een van hen, emeritus-hoogleraar Aryan van der Leij, vroeg zich af wie verzonnen had om sommige woorden met dys- te schrijven en andere met dis-. Deze meneer heeft waarschijnlijk niet op het gimnasium, pardon: gymnasium gezeten, want anders had hij dat wel geweten. Bovendien: uiteraard weet hij ook niet alles, maar het had hem (hij is immers hoogleraar) gesierd als hij het verschil tussen beide voorvoegsels even opgezocht had, alvorens zo'n opmerking te plaatsen. Beetje dom dus.

En daarom legt LinguaLog het maar uit.
De voorvoegsels dys- en dis- lijken soms qua betekenis een beetje op elkaar, maar hebben een verschillende oorsprong. Woorden waarin een y staat, komen uit het Grieks. Het is de transcriptie van de upsilon. Toen de Romeinen Griekse leenwoorden overnamen, konden ze de upsilon niet schrijven als u, om twee redenen: ze hadden de u al, en die spraken ze uit als oe. Bovendien is de uitspraak van de upsilon geleidelijk verschoven van u naar i (vandaar i-grec).
Dys- komt dus uit het Grieks en betekent slecht, moeilijk. Wie dyslectisch is, is, letterlijk, slecht met woorden: lexis betekent woord – ook Grieks. Iemand met spierdystrofie heeft slecht ontwikkelde spieren.
Dis- komt uit het Latijn en is een prefix, een voorvoegsel. Dis- geeft een scheiding of verwijdering aan: het Engelse to dismiss betekent ontslaan. Wij hebben woorden als discriminatie, dispuut, distributie.
En dan heb je, ten slotte, nog de Taalunie. En die gaat haar eigen gang bij dys- en dis-. LinguaLog vindt al heel lang dat de Taalunie, als het om spellingswijzigingen gaat, dysfunctioneert: slecht functioneert dus. Alleen: LinguaLog mag dat niet meer zeggen. LinguaLog moet sinds de veranderingen van 1995 disfunctioneert schrijven. Die spelling was in 1995 al aan het inburgeren, waarschijnlijk omdat de mensen de oorsprong van het woord niet meer kenden. Ga dan naar het gymnasium, zou je zeggen! Maar sinds 1995 is dysfunctioneren in de ban.
LinguaLog is op zichzelf helemaal niet tegen spellingswijzigingen: taal verandert nu eenmaal. Maar dit is wel weer een staaltje van taalterreur. Want waarom zouden we disfunctioneren met een i moeten schrijven, maar dyslexie met een y? Spelling wordt op deze manier een loterij, en mensen die op het gymnasium gezeten hebben, worden gestraft voor hun talenkennis.
Je kunt altijd nog het gymnasium afschaffen, dan kun je het in een volgende editie van het Groene Boekje als gimnasium schrijven. En het scheelt ook als je dislexie hebt. Schaf dan ook maar meteen de x af: daar kunnen we ook wel zonder, -ks- is een prima alternatief en geheel in de geest van de Taalunie, denkt LinguaLog.

En daarom legt LinguaLog het maar uit.
De voorvoegsels dys- en dis- lijken soms qua betekenis een beetje op elkaar, maar hebben een verschillende oorsprong. Woorden waarin een y staat, komen uit het Grieks. Het is de transcriptie van de upsilon. Toen de Romeinen Griekse leenwoorden overnamen, konden ze de upsilon niet schrijven als u, om twee redenen: ze hadden de u al, en die spraken ze uit als oe. Bovendien is de uitspraak van de upsilon geleidelijk verschoven van u naar i (vandaar i-grec).
Dys- komt dus uit het Grieks en betekent slecht, moeilijk. Wie dyslectisch is, is, letterlijk, slecht met woorden: lexis betekent woord – ook Grieks. Iemand met spierdystrofie heeft slecht ontwikkelde spieren.
Dis- komt uit het Latijn en is een prefix, een voorvoegsel. Dis- geeft een scheiding of verwijdering aan: het Engelse to dismiss betekent ontslaan. Wij hebben woorden als discriminatie, dispuut, distributie.
En dan heb je, ten slotte, nog de Taalunie. En die gaat haar eigen gang bij dys- en dis-. LinguaLog vindt al heel lang dat de Taalunie, als het om spellingswijzigingen gaat, dysfunctioneert: slecht functioneert dus. Alleen: LinguaLog mag dat niet meer zeggen. LinguaLog moet sinds de veranderingen van 1995 disfunctioneert schrijven. Die spelling was in 1995 al aan het inburgeren, waarschijnlijk omdat de mensen de oorsprong van het woord niet meer kenden. Ga dan naar het gymnasium, zou je zeggen! Maar sinds 1995 is dysfunctioneren in de ban.
LinguaLog is op zichzelf helemaal niet tegen spellingswijzigingen: taal verandert nu eenmaal. Maar dit is wel weer een staaltje van taalterreur. Want waarom zouden we disfunctioneren met een i moeten schrijven, maar dyslexie met een y? Spelling wordt op deze manier een loterij, en mensen die op het gymnasium gezeten hebben, worden gestraft voor hun talenkennis.
Je kunt altijd nog het gymnasium afschaffen, dan kun je het in een volgende editie van het Groene Boekje als gimnasium schrijven. En het scheelt ook als je dislexie hebt. Schaf dan ook maar meteen de x af: daar kunnen we ook wel zonder, -ks- is een prima alternatief en geheel in de geest van de Taalunie, denkt LinguaLog.
zondag 24 februari 2013
Energiebewust
Tegenwoordig wordt ons op het hart gedrukt dat we zuinig met energie moeten zijn: gas en olie zijn eindig, en we moeten nodig nieuwe bronnen ontwikkelen. Gelukkig houdt LinguaLog zich bezig met woorden, en die zijn oneindig. Daarom vandaag een column over onze energiebronnen, en speciaal over de etymologie ervan.
Om te beginnen steenkool. Kool is een Germaans woord en is voor het eerst in het Nederlands opgetekend in 1240. Dat is bijzonder vroeg. Romaanse talen gebruiken de term carboon.
Steenkool wordt in Nederland niet meer gewonnen. Wij hebben sinds 1959 onze gasbel. Gas: het woord ziet er niet echt wetenschappelijk en exotisch uit, en dat klopt ook wel. Het woord gas is een gemaakt woord. Nou zijn alle woorden gemaakte woorden, ze zijn allemaal ooit, door de eerste mensen, bedacht. Maar omdat dat in de meeste gevallen niet meer te achterhalen valt, voelen we dat niet meer zo: een woord komt uit het Indo-Europees, sommige woorden zelfs uit het Proto-Indo-Europees, maar dan houdt het op, dan weten we het niet meer.
Gas is bedacht door Jan Baptista van Helmont (1579-1644). Van Helmont was een Vlaams alchemist; hij deed onderzoek naar dampen die vrijkomen bij het verbranden van houtskool, en gaf daaraan de naam gas; het woord ontleende hij aan het Griekse chaos. Chaos hangt samen met het werkwoord gasko, gapen. Gapen is trouwens niet verwant met het Griekse woord.
Ook het gas bij Slochteren is eindig, en men is op zoek naar andere energiebronnen, zeker zolang de nadelen van kernenergie nog zwaar wegen.
Een van die bronnen is schaliegas. Schaliegas bevindt zich in schalie, een kleisteen met een 'platige' structuur. Schalie heeft de eigenschap dat het aardgas kan opslaan. Schalie is afgeleid van het Oudfranse escaille, dat op zijn beurt van het Germaanse skal(j)a komt. Het hangt samen met schil en schaal.
Ten slotte: energie is een Grieks woord: en-ergon: waar werk in zit. Over de verwantschap van ergon en werk heeft LinguaLog eerder geschreven. Lees het nog eens na: bij lezen hoef je niet energiebewust te zijn!
Om te beginnen steenkool. Kool is een Germaans woord en is voor het eerst in het Nederlands opgetekend in 1240. Dat is bijzonder vroeg. Romaanse talen gebruiken de term carboon.
Steenkool wordt in Nederland niet meer gewonnen. Wij hebben sinds 1959 onze gasbel. Gas: het woord ziet er niet echt wetenschappelijk en exotisch uit, en dat klopt ook wel. Het woord gas is een gemaakt woord. Nou zijn alle woorden gemaakte woorden, ze zijn allemaal ooit, door de eerste mensen, bedacht. Maar omdat dat in de meeste gevallen niet meer te achterhalen valt, voelen we dat niet meer zo: een woord komt uit het Indo-Europees, sommige woorden zelfs uit het Proto-Indo-Europees, maar dan houdt het op, dan weten we het niet meer.
Gas is bedacht door Jan Baptista van Helmont (1579-1644). Van Helmont was een Vlaams alchemist; hij deed onderzoek naar dampen die vrijkomen bij het verbranden van houtskool, en gaf daaraan de naam gas; het woord ontleende hij aan het Griekse chaos. Chaos hangt samen met het werkwoord gasko, gapen. Gapen is trouwens niet verwant met het Griekse woord.
Ook het gas bij Slochteren is eindig, en men is op zoek naar andere energiebronnen, zeker zolang de nadelen van kernenergie nog zwaar wegen.
Een van die bronnen is schaliegas. Schaliegas bevindt zich in schalie, een kleisteen met een 'platige' structuur. Schalie heeft de eigenschap dat het aardgas kan opslaan. Schalie is afgeleid van het Oudfranse escaille, dat op zijn beurt van het Germaanse skal(j)a komt. Het hangt samen met schil en schaal.
Ten slotte: energie is een Grieks woord: en-ergon: waar werk in zit. Over de verwantschap van ergon en werk heeft LinguaLog eerder geschreven. Lees het nog eens na: bij lezen hoef je niet energiebewust te zijn!
zondag 17 februari 2013
Harde schijf uit Amerika?
Alle computers hebben een harde schijf, oftewel een harddisk. De eerste harde schijf zat al in 1956 in een computer van IBM. De capaciteit ervan was 5 MB! Consumenten moesten het eerst doen met floppy disks, maar langzamerhand kregen ook pc's een harde schijf. We kunnen niet meer zonder, hoewel de toekomst in de Cloud lijkt te liggen. Zouden die computernerds dan toch nog ergens een heel klein beetje in God geloven? 
Met het woord harddisk is iets geks aan de hand. Het in oorsprong Engelse woord wordt in het Nederlands als één woord geschreven. Laten we eens kijken hoe andere talen dat doen.
Om te beginnen: de meeste talen hebben hard disk vertaald: harde schijf, Festplattenlaufwerk, disque dur, disco rigido/fisso: allemaal leenvertalingen uit het Engels.
Er is de laatste tijd veel te doen over het los of aaneenschrijven van woorden. Het Engels schrijft samengestelde woorden veelal los: child care, mother tongue – alhoewel, men is niet consequent, want motherland is één woord; en de meeste Engelsen hebben zowel een steam iron als een dustbin in huis. Wij schrijven dit soort woorden aan elkaar: met prullenbakken bedoel je toch echt iets anders dan met prullen bakken. LinguaLog is in het Nederlands een columnschrijver – stukjesschrijver klinkt toch eigenlijk nergens naar – maar in het Engels een column writer.
Terug naar harddisk. In het Engels schrijft men het als hard disk, mét spatie dus. En dat is wel te verklaren. Alle voorbeelden van aaneen of los schrijven hebben gemeen dat het om twee zelfstandige naamwoorden gaat, maar bij harddisk is het een combinatie van een bijvoeglijk en een zelfstandig naamwoord. En die schrijft het Engels meestal dus níét aan elkaar. Dat zien we in het Duits: Grossbank, Kleinstadt, Rohkost. Het Duits is nu eenmaal berucht om zijn lange woorden, en daar passen deze woorden ook onder.
Wij hebben dit soort samenstellingen ook: er zijn tegenwoordig heel wat grootverdieners. Of deze: speciaalzaak, rauwkost, sneltrein. In 1942, in de hoogtijdagen van de strijd tegen germanismen, werd tegen deze worden nog gefulmineerd door Gerlach van Royen.
Wij kunnen ons dat nu niet meer voorstellen, tegenwoordig richten de pijlen van de taalpuristen zich meer op het Engels. LinguaLog vindt dit soort interactie tussen talen wel leuk. En de reden voor strijd tegen germanismen is gelukkig verleden tijd.
Al met al moet je concluderen dat het woord harddisk, hoewel het Engels is, de spellingsregels van het Duits volgt. Wie weet hoe dat komt, mag het zeggen!

Met het woord harddisk is iets geks aan de hand. Het in oorsprong Engelse woord wordt in het Nederlands als één woord geschreven. Laten we eens kijken hoe andere talen dat doen.
Om te beginnen: de meeste talen hebben hard disk vertaald: harde schijf, Festplattenlaufwerk, disque dur, disco rigido/fisso: allemaal leenvertalingen uit het Engels.
Er is de laatste tijd veel te doen over het los of aaneenschrijven van woorden. Het Engels schrijft samengestelde woorden veelal los: child care, mother tongue – alhoewel, men is niet consequent, want motherland is één woord; en de meeste Engelsen hebben zowel een steam iron als een dustbin in huis. Wij schrijven dit soort woorden aan elkaar: met prullenbakken bedoel je toch echt iets anders dan met prullen bakken. LinguaLog is in het Nederlands een columnschrijver – stukjesschrijver klinkt toch eigenlijk nergens naar – maar in het Engels een column writer.
Terug naar harddisk. In het Engels schrijft men het als hard disk, mét spatie dus. En dat is wel te verklaren. Alle voorbeelden van aaneen of los schrijven hebben gemeen dat het om twee zelfstandige naamwoorden gaat, maar bij harddisk is het een combinatie van een bijvoeglijk en een zelfstandig naamwoord. En die schrijft het Engels meestal dus níét aan elkaar. Dat zien we in het Duits: Grossbank, Kleinstadt, Rohkost. Het Duits is nu eenmaal berucht om zijn lange woorden, en daar passen deze woorden ook onder.
Wij hebben dit soort samenstellingen ook: er zijn tegenwoordig heel wat grootverdieners. Of deze: speciaalzaak, rauwkost, sneltrein. In 1942, in de hoogtijdagen van de strijd tegen germanismen, werd tegen deze worden nog gefulmineerd door Gerlach van Royen.
Wij kunnen ons dat nu niet meer voorstellen, tegenwoordig richten de pijlen van de taalpuristen zich meer op het Engels. LinguaLog vindt dit soort interactie tussen talen wel leuk. En de reden voor strijd tegen germanismen is gelukkig verleden tijd.
Al met al moet je concluderen dat het woord harddisk, hoewel het Engels is, de spellingsregels van het Duits volgt. Wie weet hoe dat komt, mag het zeggen!
zondag 10 februari 2013
Potjeslatijn
Je hebt Latijn en potjeslatijn. De term potjeslatijn komt uit het dokters- en apothekersvak: de namen op de kruidenpotten stonden in het Latijn. Het is 'gemaakt' Latijn, bedoeld voor wetenschappelijke en deftige zaken. In het verleden werd een tot dan toe onbekende planten- of dierensoort naar de vinder ervan genoemd, en zijn naam kreeg dan een mooie Latijnse uitgang: dieffenbachia, robinia. In de zeventiende eeuw zetten mensen een Latijnse uitgang achter hun eenvoudige, korte achternaam: ene Vos noemde zich Vossius, Van Baarle werd Barlaeus: je maakte er indruk mee.
Dat laatste is nu ook doorgedrongen tot het dagelijks leven. Latijn en Grieks zijn overal aanwezig. Maar soms gaan de goede bedoelingen een beetje te ver, en gaat er iets mis. Gelukkig weten de meeste mensen dat niet, maar LinguaLog zal voor u een paar voorbeelden op de snijtafel leggen.
Zo is er een bouwmarkt die Formido heet. De bedenker ervan heeft natuurlijk gedacht aan formidabel. Dat is een positief woord en voor een bouwmarkt zoek je natuurlijk een stoere naam, dus zo slecht is die nog niet, naar het lijkt. Ware het niet dat formidabel afgeleid is van het Latijnse formido, angst: iets is zo indrukwekkend dat je er bang van wordt. Gelukkig wist u dat tot nu toe niet, maar LinguaLog kan de associatie met angst toch niet helemaal loslaten. Dan maar liever naar de Gamma of de Praxis. Die namen komen uit het Grieks: de gamma is de derde letter van het Griekse alfabet; wat dat met een bouwmarkt te maken heeft, weet LinguaLog ook niet, maar neutraal is de naam wel. En praxis betekent daad, resultaat, een prima gekozen naam voor een bouwmarkt.
Verder is er een makelaarskantoor dat zich Hypodomus noemt. De naam is zo gekozen omdat ze zowel huizen als hypotheken verkopen. Op zich nog niet zo gek, maar LinguaLog denkt bij hypo- toch in de eerste plaats aan het Griekse woord voor onder. Dat betekent hypotheek trouwens ook: onderpand. Maar qua marketing zou LinguaLog toch voor een ander woord gekozen hebben.
Automerken, ook zoiets. Je ontwerpt een nieuw model en dan moet het een naam hebben. Dat is nog een heel probleem: het moet lekker bekken, ook internationaal, en er moet niet een taal zijn waarin het woord iets raars betekent. Dan maar een Latijnse naam, zullen ze bij Kia gedacht hebben. Het Latijnse carus betekent kostbaar, dierbaar, een prima naam dus. En voor veel mannen is de auto even dierbaar als hun vrouw, dus dan kies je voor de vrouwelijke naam cara. Misschien was die naam al geregistreerd, misschien vonden ze het te veel doen denken aan een longaandoening, kortom, ze kozen voor Carens, dat een tegenwoordig deelwoord is van… ja, van wat? Niet van een werkwoord dat dierbaar zijn betekent, maar van het werkwoord carere, missen. Kijk, en dat is dus precies het verkeerde woord, want wie wil er nu een auto hebben die iets mist?
Voorlopig rijdt LinguaLog in een Suzuki Alto: ook Latijn, altus betekent hoog: een prima naam voor zo'n klein ding natuurlijk. Hoe de Duitsers erover denken, weet LinguaLog niet: zul je net een nieuwe auto gekocht hebben en dan heet hij oud!
Afijn, LinguaLog heeft daar geen last van, en haar Alto is inmiddels acht jaar oud, dus ook wel een beetje op leeftijd.
Dat laatste is nu ook doorgedrongen tot het dagelijks leven. Latijn en Grieks zijn overal aanwezig. Maar soms gaan de goede bedoelingen een beetje te ver, en gaat er iets mis. Gelukkig weten de meeste mensen dat niet, maar LinguaLog zal voor u een paar voorbeelden op de snijtafel leggen.
Zo is er een bouwmarkt die Formido heet. De bedenker ervan heeft natuurlijk gedacht aan formidabel. Dat is een positief woord en voor een bouwmarkt zoek je natuurlijk een stoere naam, dus zo slecht is die nog niet, naar het lijkt. Ware het niet dat formidabel afgeleid is van het Latijnse formido, angst: iets is zo indrukwekkend dat je er bang van wordt. Gelukkig wist u dat tot nu toe niet, maar LinguaLog kan de associatie met angst toch niet helemaal loslaten. Dan maar liever naar de Gamma of de Praxis. Die namen komen uit het Grieks: de gamma is de derde letter van het Griekse alfabet; wat dat met een bouwmarkt te maken heeft, weet LinguaLog ook niet, maar neutraal is de naam wel. En praxis betekent daad, resultaat, een prima gekozen naam voor een bouwmarkt.
Verder is er een makelaarskantoor dat zich Hypodomus noemt. De naam is zo gekozen omdat ze zowel huizen als hypotheken verkopen. Op zich nog niet zo gek, maar LinguaLog denkt bij hypo- toch in de eerste plaats aan het Griekse woord voor onder. Dat betekent hypotheek trouwens ook: onderpand. Maar qua marketing zou LinguaLog toch voor een ander woord gekozen hebben.
Automerken, ook zoiets. Je ontwerpt een nieuw model en dan moet het een naam hebben. Dat is nog een heel probleem: het moet lekker bekken, ook internationaal, en er moet niet een taal zijn waarin het woord iets raars betekent. Dan maar een Latijnse naam, zullen ze bij Kia gedacht hebben. Het Latijnse carus betekent kostbaar, dierbaar, een prima naam dus. En voor veel mannen is de auto even dierbaar als hun vrouw, dus dan kies je voor de vrouwelijke naam cara. Misschien was die naam al geregistreerd, misschien vonden ze het te veel doen denken aan een longaandoening, kortom, ze kozen voor Carens, dat een tegenwoordig deelwoord is van… ja, van wat? Niet van een werkwoord dat dierbaar zijn betekent, maar van het werkwoord carere, missen. Kijk, en dat is dus precies het verkeerde woord, want wie wil er nu een auto hebben die iets mist?
Voorlopig rijdt LinguaLog in een Suzuki Alto: ook Latijn, altus betekent hoog: een prima naam voor zo'n klein ding natuurlijk. Hoe de Duitsers erover denken, weet LinguaLog niet: zul je net een nieuwe auto gekocht hebben en dan heet hij oud!
Afijn, LinguaLog heeft daar geen last van, en haar Alto is inmiddels acht jaar oud, dus ook wel een beetje op leeftijd.
zondag 3 februari 2013
Draaien ze je een loer in Valkenswaard?
In Valkenswaard staat een leuk museum, dat twee aspecten van de geschiedenis van de plaats in beeld brengt, het Valkerij en Sigarenmakerij Museum. Beide hebben de plaats in de voorbije eeuwen grote welvaart gebracht, en de valkerij heeft daarnaast de Nederlandse taal van enkele uitdrukkingen voorzien. Tijd dus voor een column.
Van de zeventiende tot ver in de negentiende eeuw was aan de koningshoven de jacht met valken immens populair en had een enorme status. Valken werden gebruikt voor het vangen van andere vogels, en er was een enorme vraag naar afgerichte valken. Toevallig lag Valkenswaard op de trekroute van de valken. Het was een arm gebied, met onvruchtbare grond, en veel mensen vonden in de valkenjacht een welkome bijverdienste. De valken werden gevangen en afgericht. Europese vorsten bestelden hun valken en sommige Valkenswaardse valkeniers waren zelfs in dienst van hen. Een goede valk bracht wel twintig gulden op, een kapitaal in die dagen. Zo bracht de valkerij het dorp enorme welvaart.
Van de valkerij is niet veel over, maar wij hebben er in onze taal toch nog een paar uitdrukkingen aan overgehouden.
Men ving vooral slechtvalken. Slecht staat hier voor gewoon. In oude woordenboeken, en ook in het Duitse schlicht zien we die betekenis nog. Een valk hoefde niet mooi te zijn om een goede vanger te zijn.
Aan de hoven werd met valken onder meer op reigers gejaagd. Daar waren meer valken voor nodig, want een reiger is groter dan een valk. Als het dan toch lukte een reiger te vangen, mocht de valkenier een veer uit de reiger trekken en die op zijn hoed steken: dan kreeg hij een pluim op zijn hoed.
Een valk jaagt uitsluitend op vliegende prooi. In het laatste stadium van zijn africhting, als de valk al min of meer tam was, werd er geoefend met vliegend aas. Dat heette de loer, een leren zakje met vogelveren erop geplakt. Er werd een stukje vlees aan bevestigd, want ook bij valken gaat de liefde door de maag. De loer zat aan een lang touw. De valkenier draaide het touw in grote cirkels rond, en als het goed was, kwam de valk eropaf. Hij werd ermee voor de gek gehouden. Daaraan hebben wij dus de uitdrukking iemand een loer draaien overgehouden. Het woord stamt trouwens af van het Engelse to lure, lokken.
Ten slotte een paar woorden die erop lijken, maar niet, of alleen in de verte, verwant zijn:
Op de loer liggen is afgeleid van loeren, scherp kijken. Alhoewel, het Woordenboek der Nederlandsche Taal kent loeren ook als kijken met valse bedoelingen. Enige verwantschap zal er dus toch wel zijn.
Iemand in de luren leggen: luur is een nevenvorm van luier. Een luier is voor een klein kind bestemd, een kind vertel je niet altijd de waarheid, en de uitdrukking ging dus gebruikt worden voor iemand voor de gek houden.
Kortom: in Valkenswaard draaien ze je een loer, maar word je niet in de luren gelegd!
Van de zeventiende tot ver in de negentiende eeuw was aan de koningshoven de jacht met valken immens populair en had een enorme status. Valken werden gebruikt voor het vangen van andere vogels, en er was een enorme vraag naar afgerichte valken. Toevallig lag Valkenswaard op de trekroute van de valken. Het was een arm gebied, met onvruchtbare grond, en veel mensen vonden in de valkenjacht een welkome bijverdienste. De valken werden gevangen en afgericht. Europese vorsten bestelden hun valken en sommige Valkenswaardse valkeniers waren zelfs in dienst van hen. Een goede valk bracht wel twintig gulden op, een kapitaal in die dagen. Zo bracht de valkerij het dorp enorme welvaart.
Van de valkerij is niet veel over, maar wij hebben er in onze taal toch nog een paar uitdrukkingen aan overgehouden.
Men ving vooral slechtvalken. Slecht staat hier voor gewoon. In oude woordenboeken, en ook in het Duitse schlicht zien we die betekenis nog. Een valk hoefde niet mooi te zijn om een goede vanger te zijn.
Aan de hoven werd met valken onder meer op reigers gejaagd. Daar waren meer valken voor nodig, want een reiger is groter dan een valk. Als het dan toch lukte een reiger te vangen, mocht de valkenier een veer uit de reiger trekken en die op zijn hoed steken: dan kreeg hij een pluim op zijn hoed.
Een valk jaagt uitsluitend op vliegende prooi. In het laatste stadium van zijn africhting, als de valk al min of meer tam was, werd er geoefend met vliegend aas. Dat heette de loer, een leren zakje met vogelveren erop geplakt. Er werd een stukje vlees aan bevestigd, want ook bij valken gaat de liefde door de maag. De loer zat aan een lang touw. De valkenier draaide het touw in grote cirkels rond, en als het goed was, kwam de valk eropaf. Hij werd ermee voor de gek gehouden. Daaraan hebben wij dus de uitdrukking iemand een loer draaien overgehouden. Het woord stamt trouwens af van het Engelse to lure, lokken.
Ten slotte een paar woorden die erop lijken, maar niet, of alleen in de verte, verwant zijn:
Op de loer liggen is afgeleid van loeren, scherp kijken. Alhoewel, het Woordenboek der Nederlandsche Taal kent loeren ook als kijken met valse bedoelingen. Enige verwantschap zal er dus toch wel zijn.
Iemand in de luren leggen: luur is een nevenvorm van luier. Een luier is voor een klein kind bestemd, een kind vertel je niet altijd de waarheid, en de uitdrukking ging dus gebruikt worden voor iemand voor de gek houden.
Kortom: in Valkenswaard draaien ze je een loer, maar word je niet in de luren gelegd!
Abonneren op:
Posts (Atom)






