zondag 1 april 2012

Bollen uit het oosten

Vorige week vertelde LinguaLog de verhalen die aan de hyacint en de narcis ten grondslag liggen. Vandaag is het tijd voor nog twee bloembollen die je veel in Nederlandse tuinen ziet, de krokus en de tulp. Mythologieverhalen krijgt u deze keer niet, maar vooruit, een klein verhaaltje over de tulp zit er wel aan.
Krokussen zijn er in vele soorten, maar de naam is ontleend aan een krokussoort uit Azi├ź die een gele kleurstof produceert, saffraan. Het woord krokus komt uit het Grieks, krokos, en dat is op zijn beurt aan het Semitisch ontleend, karkom/kurkum. Die ontlening heeft al in de oudheid plaatsgevonden. Wat het woord betreft: de r is in het Grieks van plaats gewisseld met de klinker: kur- / kro-. Zo'n verschijnsel heet metathesis en komt veel vaker voor, vooral bij de r: Gel-dorp werd Geldrop en ons vorst luidt in het Engels frost.
Liefhebbers van de Indonesische keuken herkennen in het Arabische kurkum direct kurkuma, de gele kleurstof uit de geelwortel. Hier is dus de naam van de speciale krokus vanwege de overeenkomstige eigenschap overgegaan op een andere plant.
Saffraan komt via het Arabisch uit het Perzisch: za'faran betekent geel

Tulp
De tulp, een van de symbolen van Nederland, is in oorsprong helemaal geen Nederlandse bloem. Ook de tulp komt uit het Midden-Oosten. In het Perzisch/Turks heette de bloem tulbend: als de bloem wijd geopend is, kun je er een gelijkenis met een tulband in zien. Het woord tulp is via het Franse tulipan bij ons gekomen. De laatste lettergreep -an verviel, omdat die als uitgang gezien werd.
De tulp is rond 1550 in West-Europa geïntroduceerd door de Weense ambassadeur in Turkije. Hij schreef over de bloemen die hij in Turkije gezien had en stuurde enkele zaden naar Oostenrijk. Iets later werden ze ook in de Nederlanden ingevoerd.
Rond 1635, midden in de Gouden Eeuw, bereikte de tulpenhandel een hoogtepunt. De prijzen stegen tot astronomische hoogte: rond 1637 was een lading tulpenbollen evenveel waard als een Amsterdams grachtenpand. Er werd gespeculeerd in tulpen die nog in de grond zaten. Deze gekte wordt wel tulpomanie genoemd, en wordt als eerste speculatiebubbel beschouwd in de economische geschiedenis. Maar bubbels hebben de eigenschap op een gegeven moment uit elkaar te spatten, en dat gebeurde ook met de tulp: op 3 februari 1637 stortte in Haarlem de handel abrupt in en hetzelfde gebeurde een paar dagen later overal in Holland en Utrecht. Velen dreigden failliet te gaan. Na verloop van tijd trok de handel wel weer aan, maar de extreme prijzen waren definitief voorbij.
Populair is de tulp altijd gebleven, hoewel de smaak qua kleuren in de loop der tijd nogal veranderd is. De afbeelding uit 1637 in deze column illustreert dat.
Tot de volgende keer!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten