Vandaag wil LinguaLog het eens over de aanvoegende wijs hebben, en Volkskrantjournalisten moeten deze column maar eens goed lezen.
De aanvoegende wijs, wat is dat precies?
Allereerst wijs: dat is een verkorte vorm van wijze, manier. Dus de manier waarop je iets zegt. Je kunt bijvoorbeeld feiten vertellen, je kunt een opdracht geven of een wens uitspreken.
De wijs voor de feiten, de 'normale' situatie, heet de aantonende wijs. Je vertelt hoe iets is in heden, verleden of toekomst: ik lees een boek – ik las een boek – ik ga een boek lezen.
Iedereen zal de term gebiedende wijs wel kennen: loop door, houd je mond: dat zei LinguaLog jarenlang tegen haar leerlingen.
Dan de aanvoegende wijs: die wordt in het Nederlands niet veel meer gebruikt, alleen nog in enkele versteende uitdrukkingen: leve de koningin, koste wat het kost, men neme een ei.
Met deze zinnetjes bedoel je niet dat de koningin leeft, dat iets een bepaald bedrag kost of dat iemand een ei neemt, maar je wenst het beste voor de koningin, je oppert de mogelijkheid dat er kosten zijn of je spoort iemand aan om een ei te pakken. En daarvoor dient de aanvoegende wijs. Je vormt hem door de -n van de onbepaalde wijs af te halen.
In de Germaanse talen zijn dit soort vormen bijna verdwenen. Het Engels kent ook nog Long live the queen, het Duits heeft Es lebe der König! . Het Duits heeft meer van de aanvoegende wijs behouden dan het Nederlands, want Ich möchte gern ein Bier is heel gewoon.
In het Latijn en Grieks was deze wijs heel gewoon. Het Grieks had daarnaast ook nog een aparte wijs voor wensen. Na bepaalde voegwoorden moest je de aanvoegende wijs (in het Latijn: coniunctivus) gebruiken; opdat is er zo een: het duidt immers een voornemen aan en geeft niet aan of iets ook feitelijk gebeurt.
In de Romaanse talen (in dit geval het Frans) leeft de coniunctivus voort in de subjonctif. Je ziet in het Frans hetzelfde als in het Latijn: de subjonctif komt vooral voor na werkwoorden die een wens, gevoel of twijfel aanduiden.
Nederlanders zijn hun gevoel voor de aanvoegende wijs bijna helemaal kwijt. Leve de koningin, hoe het ook zij: ja, ook zij is een aanvoegende wijs, net als in dankzij en tenzij. Meestal doen we dat wel goed.
Meestal, dus niet altijd: LinguaLog begon haar column met een tip voor Volkskrantjournalisten. Onlangs las zij in de krant de volgende zin: Als R. ooit – wat God verhoedde – een cent krijgt,…
Het gaat hier om verhoedde: dat is fout. De bedoeling is natuurlijk dat je hoopt dat God iets verhoedt: een aanvoegende wijs dus. Maar verhoedde is een verleden tijd, wat zou betekenen dat God iets verhoed heeft. Hier moet je verhoede zeggen.
Je hoort ook wel eens aan het eind van – meestal – een toespraak: Het gaat je goed. Ook hier: je hoopt dat het goed gaat, dus de aanvoegende wijs ga.
Dus, Volkskrantjournalist, het ga u goed door het doolhof van de grammatica, dan gaat het goed!
Welkom op het weblog van Taalbureau Lingua! In dit taalblog leest u over actuele taalkwesties, handige weetjes op taalgebied, een rubriek etymologica, kortom: alles wat ik graag met de lezers wil delen. Bezoek ook mijn website: www.taalbureaulingua.nl
maandag 28 januari 2013
zondag 13 januari 2013
Me column van deze week
Vorige week deed LinguaLog een aantal voorspellingen over hoe de taal zich misschien gaat ontwikkelen. Dat is een uiterst gerieflijke bezigheid: lekker mijmeren over de toekomst, die vaak zo ver weg ligt dat je er bij leven niet meer op afgerekend kunt worden. En je spreekt geen oordeel uit over de gewenstheid ervan, waardoor je de taalergeraars buiten de deur houdt. Want hoe gaat dat: LinguaLog voorspelde wel dat groter als het gaat halen, maar zelf zegt zij het nooit, omdat zij nu eenmaal groter dan geleerd heeft. En hun hebben: dat is zo recent, toen LinguaLog op school zat, hoorde je dat nooit. Mooi is anders, maar het zit kennelijk ergens in de krochten van de taal, en dan krijg je het er niet zomaar uit.
Een van de 'ergste' fouten van de laatste tijd is het gebruik van me en jou als bezittelijke voornaamwoorden: me moeder, jou telefoon. Voor de goede orde: LinguaLog krijgt het niet over haar lippen. Alhoewel: luister eens goed naar uzelf: wat zegt u als u spreekt? Dan hoor je toch geen n? Behalve als het volgende woord met een klinker begint. Bij onbeklemtoonde bezittelijke voornaamwoorden schrijven we m'n. Dat staat trouwens niet in het Groene Boekje, dus dat 'mag' helemaal niet. Zo raar is me helemaal niet, want je moeder is wel goed. Een analogieredenering heet zoiets, hoewel de mensen die me moeder zeggen, waarschijnlijk helemaal niet redeneren. En bij het gebruik van jou speelt natuurlijk mee dat er nauwelijks uitspraakverschil met jouw is en dat het bezittelijke van jou weer wel goed is.
Kortom: bewaar deze column tot pakweg 2100 en lees hem dan nog eens.
Een heel andere kwestie, gelukkig al bijna opgelost, is een zin als: een aantal mensen maakt veel taalfouten. Zo moet het volgens de schoolmeesters: het onderwerp van de zin is aantal, en dus moet het werkwoord in het enkelvoud. Je hoort tegenwoordig vaak een aantal mensen maken, omdat het geheel op een meervoud slaat. Hier zie je hoe taal zich ontwikkelt. Kijk maar eens naar een bijna-synoniem: een hoop mensen maken veel taalfouten. We zouden het toch raar vinden als het werkwoord in het enkelvoud stond: ziet u het al voor u: een hele stapel mensen? Toch is het enige verschil dat de ontwikkeling hier een beetje sneller is gegaan dan bij een aantal. Een ander synoniem, heleboel, is nog een stapje verder: hele is versmolten met het zelfstandig naamwoord boel.
Zo ziet u maar: schrijf gerust een aantal mensen maken, want dat gaat het beslist halen. Het is gewoon een kwestie van tijd. In de politiek heet zoiets progressief, dat je openstaat voor veranderingen. Dat moet in de taalkunde ook kunnen.
Volgende week weer een blog over een echte taalfout, want gisteren kwam LinguaLog een juweeltje tegen in de krant!
Een van de 'ergste' fouten van de laatste tijd is het gebruik van me en jou als bezittelijke voornaamwoorden: me moeder, jou telefoon. Voor de goede orde: LinguaLog krijgt het niet over haar lippen. Alhoewel: luister eens goed naar uzelf: wat zegt u als u spreekt? Dan hoor je toch geen n? Behalve als het volgende woord met een klinker begint. Bij onbeklemtoonde bezittelijke voornaamwoorden schrijven we m'n. Dat staat trouwens niet in het Groene Boekje, dus dat 'mag' helemaal niet. Zo raar is me helemaal niet, want je moeder is wel goed. Een analogieredenering heet zoiets, hoewel de mensen die me moeder zeggen, waarschijnlijk helemaal niet redeneren. En bij het gebruik van jou speelt natuurlijk mee dat er nauwelijks uitspraakverschil met jouw is en dat het bezittelijke van jou weer wel goed is.
Kortom: bewaar deze column tot pakweg 2100 en lees hem dan nog eens.
Een heel andere kwestie, gelukkig al bijna opgelost, is een zin als: een aantal mensen maakt veel taalfouten. Zo moet het volgens de schoolmeesters: het onderwerp van de zin is aantal, en dus moet het werkwoord in het enkelvoud. Je hoort tegenwoordig vaak een aantal mensen maken, omdat het geheel op een meervoud slaat. Hier zie je hoe taal zich ontwikkelt. Kijk maar eens naar een bijna-synoniem: een hoop mensen maken veel taalfouten. We zouden het toch raar vinden als het werkwoord in het enkelvoud stond: ziet u het al voor u: een hele stapel mensen? Toch is het enige verschil dat de ontwikkeling hier een beetje sneller is gegaan dan bij een aantal. Een ander synoniem, heleboel, is nog een stapje verder: hele is versmolten met het zelfstandig naamwoord boel.
Zo ziet u maar: schrijf gerust een aantal mensen maken, want dat gaat het beslist halen. Het is gewoon een kwestie van tijd. In de politiek heet zoiets progressief, dat je openstaat voor veranderingen. Dat moet in de taalkunde ook kunnen.
Volgende week weer een blog over een echte taalfout, want gisteren kwam LinguaLog een juweeltje tegen in de krant!
zondag 6 januari 2013
LinguaLog voorspelt de toekomst
Het is weer januari, de maand van de goede voornemens en de voorspellingen. Ook LinguaLog heeft een goed voornemen: nog foutlozer schrijven dan vorig jaar. Maar dan doet zich meteen al een probleem voor: wat is goed en wat is fout Nederlands? U zult misschien zegen: op het gebied van de spelling is alles wat in het Groene Boekje staat goed en de rest is fout. En voor het overige: wie goed opgelet heeft op school, weet precies wat grammaticaal correct is en wat niet.
Bij dat laatste wringt echter de schoen: de meeste mensen beschouwen als correct wat ze zelf op school geleerd hebben. Het tijdschrift Onze Taal heeft een rubriek Taalergernissen: daarin spuien lezers (hun leeftijd staat er nooit bij) hun gal over taalgebruik dat in hun ogen een ernstig voorbeeld van de ondergang van het Nederlands is.
Zo las LinguaLog over iemand die zich ergert aan het 'nieuwe' meervoud van handvat, handvaten, naast het al bestaande handvatten. Hij had Onze Taal goed gelezen, vond hij, en weet inmiddels wel dat taal aan verandering onderhevig is, en concludeerde enigszins beteuterd dat het blijkbaar volstaat dat genoeg mensen het nieuwe meervoud gebruiken. Zo is het maar net!
Natuurlijk heeft deze meneer gelijk: handvat hangt samen met vatten, pakken, en vaten is het meervoud van vat, pot. De mensen zien dat onderscheid niet meer en zo kan het dubbele meervoud ontstaan. Vorig jaar november schreef LinguaLog al eens over volksetymologie : mensen passen een woord aan omdat ze het oorspronkelijke woord niet meer doorzien. Wij hebben ons daaraan in het verleden dus 'schuldig' gemaakt zonder het te beseffen, en we vinden het allemaal best.
Terug naar de titel van dit blog: LinguaLog gaat voorspellingen doen: er zijn zaken die op dit moment nog fout gevonden worden, maar het over een aantal jaren beslist niet meer zijn.
Bovenaan staat de kwestie groter dan / groter als. In het Middelnederlands zei men groter dan, maar vanuit het oosten kwam de vorm groter als: ook het Duits zegt grosser als. In de zeventiende eeuw, toen de standaardtaal ontstond, vonden taalkundigen dat groter dan beter was. In de spreektaal is groter als echter nooit verdwenen, en inmiddels is het al 'bijna' goed. LinguaLog is ervan overtuigd dat het binnen een generatie officieel goedgekeurd wordt.
Dan het onderscheid hen / hun: ik heb hen gisteren gezien – ik heb hun een glas wijn gegeven.
Dit hebben we te danken aan Christiaen van Heule en zijn grammatica uit 1625. Het onderscheid tussen lijdend en meewerkend voorwerp dat we hier zien, komt alleen voor bij de derde persoon meervoud, en is dus kunstmatig. In de spreektaal is het nooit volledig doorgedrongen. LinguaLog denkt dat hun de winnaar zal worden, voornamelijk vanwege de klank: de u is nadrukkelijker.
Een veel heikeler kwestie is hun hebben: veel gehoord, nog meer verguisd. Toch is het niet zo gek: de correcte vorm zij zorgde toch voor verwarring: is het enkelvoud of meervoud, gaat het over personen of zaken? Hun hebben blijkt uitsluitend bij personen gebruikt te worden, en het is ouder dan de taalergeraars denken: zelfs de veel bewonderde Anne Frank schreef het al. Hun hebben gaat het dus halen, denkt LinguaLog.
LinguaLog vreest dat zij de uitkomst van veel voorspellingen niet meer zal meemaken, zij hoeft ook niet per se gelijk te krijgen, maar een beetje mijmeren over de toekomst is best aardig, vindt zij.
Volgende week nog een paar voorspellingen.
Bij dat laatste wringt echter de schoen: de meeste mensen beschouwen als correct wat ze zelf op school geleerd hebben. Het tijdschrift Onze Taal heeft een rubriek Taalergernissen: daarin spuien lezers (hun leeftijd staat er nooit bij) hun gal over taalgebruik dat in hun ogen een ernstig voorbeeld van de ondergang van het Nederlands is.
Zo las LinguaLog over iemand die zich ergert aan het 'nieuwe' meervoud van handvat, handvaten, naast het al bestaande handvatten. Hij had Onze Taal goed gelezen, vond hij, en weet inmiddels wel dat taal aan verandering onderhevig is, en concludeerde enigszins beteuterd dat het blijkbaar volstaat dat genoeg mensen het nieuwe meervoud gebruiken. Zo is het maar net!
Natuurlijk heeft deze meneer gelijk: handvat hangt samen met vatten, pakken, en vaten is het meervoud van vat, pot. De mensen zien dat onderscheid niet meer en zo kan het dubbele meervoud ontstaan. Vorig jaar november schreef LinguaLog al eens over volksetymologie : mensen passen een woord aan omdat ze het oorspronkelijke woord niet meer doorzien. Wij hebben ons daaraan in het verleden dus 'schuldig' gemaakt zonder het te beseffen, en we vinden het allemaal best.
Terug naar de titel van dit blog: LinguaLog gaat voorspellingen doen: er zijn zaken die op dit moment nog fout gevonden worden, maar het over een aantal jaren beslist niet meer zijn.
Bovenaan staat de kwestie groter dan / groter als. In het Middelnederlands zei men groter dan, maar vanuit het oosten kwam de vorm groter als: ook het Duits zegt grosser als. In de zeventiende eeuw, toen de standaardtaal ontstond, vonden taalkundigen dat groter dan beter was. In de spreektaal is groter als echter nooit verdwenen, en inmiddels is het al 'bijna' goed. LinguaLog is ervan overtuigd dat het binnen een generatie officieel goedgekeurd wordt.
Dan het onderscheid hen / hun: ik heb hen gisteren gezien – ik heb hun een glas wijn gegeven.
Dit hebben we te danken aan Christiaen van Heule en zijn grammatica uit 1625. Het onderscheid tussen lijdend en meewerkend voorwerp dat we hier zien, komt alleen voor bij de derde persoon meervoud, en is dus kunstmatig. In de spreektaal is het nooit volledig doorgedrongen. LinguaLog denkt dat hun de winnaar zal worden, voornamelijk vanwege de klank: de u is nadrukkelijker.
Een veel heikeler kwestie is hun hebben: veel gehoord, nog meer verguisd. Toch is het niet zo gek: de correcte vorm zij zorgde toch voor verwarring: is het enkelvoud of meervoud, gaat het over personen of zaken? Hun hebben blijkt uitsluitend bij personen gebruikt te worden, en het is ouder dan de taalergeraars denken: zelfs de veel bewonderde Anne Frank schreef het al. Hun hebben gaat het dus halen, denkt LinguaLog.
LinguaLog vreest dat zij de uitkomst van veel voorspellingen niet meer zal meemaken, zij hoeft ook niet per se gelijk te krijgen, maar een beetje mijmeren over de toekomst is best aardig, vindt zij.
Volgende week nog een paar voorspellingen.
vrijdag 28 december 2012
Idioot?
Vandaag, 28 december, is het Onnozele-Kinderen, een oude kerkelijke feestdag; alhoewel, de dag is allesbehalve feestelijk. Het is de dag waarop in Betlehem alle baby'tjes vermoord werden. Jezus was geboren en van hem werd gezegd dat hij de nieuwe koning der Joden zou worden. De Romeinse gouverneur in de provincie Judea, Herodes, liet dat niet over zijn kant gaan en gaf opdracht om alle pasgeboren jongetjes te vermoorden, in de hoop dat Jezus daar ook tussen zou zitten. Maar Jozef en Maria waren net op tijd gewaarschuwd en vluchtten naar Egypte, waar ze tot de dood van Herodes bleven. Dat was niet zo lang, want hij stierf al in 4 voor Christus. Hoe kan dat, zult u misschien zeggen: Jezus is niet in het jaar 0 geboren, maar vier jaar daarvoor. Door rekenfouten in de kalender is het begin van onze jaartelling een paar jaar te laat gesteld.
Onnozele-Kinderen: veel woorden die een, vooral zwakke, geestesgesteldheid aanduiden, zijn in oorsprong helemaal niet zo negatief. Zo betekent onnozel (in middeleeuws Nederlands: onnosel) oorspronkelijk onschuldig: de etymologie is niet helemaal zeker, maar het hangt misschien samen met het Latijnse nocere, schaden.
Nog zo'n woord is simpel: in het Latijn betekent het woord niet meer dan éénmaal gevouwen – simplex betekent in de taalkunde enkelvoud. Zijn negatieve betekenis heeft het woord in het Latijn nog niet.
Imbeciel hangt samen met bacillum, stokje: zonder steun ben je zwak. In het Latijn bestond de betekenis geestelijk zwak ook al.
Infantiel is een tamelijk modern woord, voor het eerst opgetekend in 1950. Het hangt samen met het Franse enfant, dat afgeleid is van het Latijnse infans. In het Latijn betekent het woord gewoon niet kunnende spreken. Dat werd weliswaar opgerekt tot het vierde levensjaar, maar negatief was het woord absoluut niet.
Ten slotte de laagste graad van geestelijke vermogens: idioot. Van dat woord is het Grieks de leverancier. Het Grieks duidde, en duidt, ermee aan dat iemand een leek, een particulier, is, heel neutraal dus. In het Nieuwgriekse woordenboek staat 'onze' betekenis van idioot pas op de laatste plaats. Het Latijn heeft het Griekse woord overgenomen in zijn oorspronkelijke betekenis: onervaren in een kunst of wetenschap. Zo is het ook in het Frans terechtgekomen: in 1200 betekende het nog ongeletterd, maar rond 1700 kreeg het zijn negatieve betekenis, en het Nederlands heeft het in de negentiende eeuw zo van het Frans overgenomen.
Ziezo, u bent over dit onderwerp weer iets minder een idiotes, maar dan in de Griekse betekenis!
Tot volgend jaar!
Onnozele-Kinderen: veel woorden die een, vooral zwakke, geestesgesteldheid aanduiden, zijn in oorsprong helemaal niet zo negatief. Zo betekent onnozel (in middeleeuws Nederlands: onnosel) oorspronkelijk onschuldig: de etymologie is niet helemaal zeker, maar het hangt misschien samen met het Latijnse nocere, schaden.
Nog zo'n woord is simpel: in het Latijn betekent het woord niet meer dan éénmaal gevouwen – simplex betekent in de taalkunde enkelvoud. Zijn negatieve betekenis heeft het woord in het Latijn nog niet.
Imbeciel hangt samen met bacillum, stokje: zonder steun ben je zwak. In het Latijn bestond de betekenis geestelijk zwak ook al.
Infantiel is een tamelijk modern woord, voor het eerst opgetekend in 1950. Het hangt samen met het Franse enfant, dat afgeleid is van het Latijnse infans. In het Latijn betekent het woord gewoon niet kunnende spreken. Dat werd weliswaar opgerekt tot het vierde levensjaar, maar negatief was het woord absoluut niet.
Ten slotte de laagste graad van geestelijke vermogens: idioot. Van dat woord is het Grieks de leverancier. Het Grieks duidde, en duidt, ermee aan dat iemand een leek, een particulier, is, heel neutraal dus. In het Nieuwgriekse woordenboek staat 'onze' betekenis van idioot pas op de laatste plaats. Het Latijn heeft het Griekse woord overgenomen in zijn oorspronkelijke betekenis: onervaren in een kunst of wetenschap. Zo is het ook in het Frans terechtgekomen: in 1200 betekende het nog ongeletterd, maar rond 1700 kreeg het zijn negatieve betekenis, en het Nederlands heeft het in de negentiende eeuw zo van het Frans overgenomen.
Ziezo, u bent over dit onderwerp weer iets minder een idiotes, maar dan in de Griekse betekenis!
Tot volgend jaar!
zondag 9 december 2012
Op weg naar een foutloos dictee
Gisteren hebben de deelnemers aan het Groot Dictee zitten zwoegen. Zij hebben dus niets meer aan de antwoorden van dit dictee. De echte dicteefreaks zullen hun hand niet omdraaien voor dit dictee, maar u had misschien toch een paar foutjes. Zo had het moeten zijn:
A De juiste spelling is:
1 dtp'ers
2 peil
3 anagrammen
4 honderdjarige, te midden van
5 te allen tijde
6 schrijlings
7 zoetekauw
8 toentertijd
9 lijdt, alzheimer
10 Tweede Kamerleden
B De woorden met fouten zijn verbeterd en vervangen:
1 Wie mij in een warenhuis … van ingang tot kassa bespiedt, …
2 Veel sinterklaassurprises worden met crêpepapier in elkaar geknutseld.
3 Die aristocratische dame koopt al haar kleding in chique boetieks.
4 Ik zal spelfouten niet goedpraten, maar er zit nogal een verschil tussen een gerenommeerde landelijke krant en een plaatselijk sufferdje.
5 Het aantal faillissementen is het laatste jaar behoorlijk toegenomen.
6 Ons verrassingsaanbod van deze week: cappuccino met een appelpunt.
7 In petit restaurants worden delicieuze petitfours geserveerd.
8 Vier verdachten zijn veroordeeld vanwege de ontvoering van de grootindustrieel Fr. H. 9 Heden ten dage moeten veel mensen genoegen nemen met een slecht betaalde baan.
10 De agressieve man sloeg de kostbare mingvaas aan gruzelementen.
Enkele saillante details over de antwoorden:
Woorden als sms'en, dtp'er en zzp'er, gevormd met een afkorting, schrijf je met een apostrof en dan -en of -er erachter.
Geen peil op iets trekken: het gaat hier niet om een pijl die je afschiet.
Te allen tijde, heden ten dage: dit zijn oude naamvalsvormen en die moet je gewoon kennen. Vorig jaar las Arnon Grunberg zijn dictee voor en hij zei heel duidelijk ten huidigen dage mét een n. Goed luisteren dus.
Leiden is leuk, lijden meestal niet. Je lijdt dus aan een ziekte; als je de ziekte van Alzheimer hebt, is het met een hoofdletter, het enkele alzheimer niet. Denk eraan: woorden als sinterklaassurprise en mingvaas schrijven we met een kleine letter, want de persoon of de plaatsnaam wordt hier als soortnaam gebruikt. Het is wel weer Mingdynastie, want hier is het geen soortnaam.
Een verassingsaanbod krijgt LinguaLog niet graag, dus: met rr alstublieft!
Petit restaurant: nee, het meervoud is niet petits restaurants! Uw Frans is kennelijk beter dan dat van de Taalunie, die het Groene Boekje heeft samengesteld. Van het Witte Boekje mag petits wel. LinguaLog zou zeggen: schrijf dan petitrestaurants, net als petitfours, maar consequent zijn, daar is de Taalunie niet zo goed in, behalve als de taalgebruikers het wel zijn.
Zo dacht LinguaLog, heel consequent: je hebt een goedbetaalde baan of een slechtbetaalde baan. Fout!! Het is slecht betaald. Soms zijn de wegen van de Taalunie ondoorgrondelijk.
Hoe ging het? Durft u woensdag nog mee te doen? Het is maar een spelletje; bedenk: nobody is perfect, en dat geldt zeker voor de Taalunie.
A De juiste spelling is:
1 dtp'ers
2 peil
3 anagrammen
4 honderdjarige, te midden van
5 te allen tijde
6 schrijlings
7 zoetekauw
8 toentertijd
9 lijdt, alzheimer
10 Tweede Kamerleden
B De woorden met fouten zijn verbeterd en vervangen:
1 Wie mij in een warenhuis … van ingang tot kassa bespiedt, …
2 Veel sinterklaassurprises worden met crêpepapier in elkaar geknutseld.
3 Die aristocratische dame koopt al haar kleding in chique boetieks.
4 Ik zal spelfouten niet goedpraten, maar er zit nogal een verschil tussen een gerenommeerde landelijke krant en een plaatselijk sufferdje.
5 Het aantal faillissementen is het laatste jaar behoorlijk toegenomen.
6 Ons verrassingsaanbod van deze week: cappuccino met een appelpunt.
7 In petit restaurants worden delicieuze petitfours geserveerd.
8 Vier verdachten zijn veroordeeld vanwege de ontvoering van de grootindustrieel Fr. H. 9 Heden ten dage moeten veel mensen genoegen nemen met een slecht betaalde baan.
10 De agressieve man sloeg de kostbare mingvaas aan gruzelementen.
Enkele saillante details over de antwoorden:
Woorden als sms'en, dtp'er en zzp'er, gevormd met een afkorting, schrijf je met een apostrof en dan -en of -er erachter.
Geen peil op iets trekken: het gaat hier niet om een pijl die je afschiet.
Te allen tijde, heden ten dage: dit zijn oude naamvalsvormen en die moet je gewoon kennen. Vorig jaar las Arnon Grunberg zijn dictee voor en hij zei heel duidelijk ten huidigen dage mét een n. Goed luisteren dus.
Leiden is leuk, lijden meestal niet. Je lijdt dus aan een ziekte; als je de ziekte van Alzheimer hebt, is het met een hoofdletter, het enkele alzheimer niet. Denk eraan: woorden als sinterklaassurprise en mingvaas schrijven we met een kleine letter, want de persoon of de plaatsnaam wordt hier als soortnaam gebruikt. Het is wel weer Mingdynastie, want hier is het geen soortnaam.
Een verassingsaanbod krijgt LinguaLog niet graag, dus: met rr alstublieft!
Petit restaurant: nee, het meervoud is niet petits restaurants! Uw Frans is kennelijk beter dan dat van de Taalunie, die het Groene Boekje heeft samengesteld. Van het Witte Boekje mag petits wel. LinguaLog zou zeggen: schrijf dan petitrestaurants, net als petitfours, maar consequent zijn, daar is de Taalunie niet zo goed in, behalve als de taalgebruikers het wel zijn.
Zo dacht LinguaLog, heel consequent: je hebt een goedbetaalde baan of een slechtbetaalde baan. Fout!! Het is slecht betaald. Soms zijn de wegen van de Taalunie ondoorgrondelijk.
Hoe ging het? Durft u woensdag nog mee te doen? Het is maar een spelletje; bedenk: nobody is perfect, en dat geldt zeker voor de Taalunie.
zondag 2 december 2012
Oefent u mee voor het Dictee?
12 december is het weer zover: we zitten, alweer voor de 23e keer, aan de buis gekluisterd voor het Groot Dictee der Nederlandse Taal.
Voor wie zich hierop wil voorbereiden heeft LinguaLog een oefendictee gemaakt. Er zijn twee soorten opdrachten: eerst krijgt u een aantal zinnen waarin u de juiste spelling moet kiezen, en vervolgens zinnen waarin u de fouten moet aanstrepen.
A Kies de juiste spelling van de gecursiveerde woorden
1 Ons bedrijf heeft voortreffelijke dtp-ers / dtp'ers / dtpers in huis.
2 Op de juiste spelling van veel woorden valt geen pijl / peil te trekken.
3 Ik houd erg van het oplossen van annagrammen / anagrammen.
4 De honderd jarige / honderdjarige vierde haar verjaardag temidden / te midden van haar familie.
5 Zulk soort zinsconstructies zijn te allen tijden / te allen tijde / ten allen tijde fout.
6 In de negentiende eeuw mochten vrouwen niet schreilings / schrijlings op een paard zitten.
7 Mijn man is een vreselijke zoetekauw / zoetekouw.
8 Toendertijd / toentertijd scheven we nog met een kroontjespen.
9 Mijn moeder lijdt / leidt aan een beginnende Alzheimer / alzheimer.
10 Hoeveel Tweedekamer leden / Tweede Kamerleden / Tweede Kamer leden heeft D66 tegenwoordig?
B Elke zin bevat één of meer spelfouten. Spoor ze op.
1 Wie mij in een warenhuis, waar ook ter wereld, van ingang tot kassa bespied, zal opvallen dat mijn eerste gang die naar de papierwarenafdeling is.
2 Veel Sinterklaasurprises worden met crepepapier in elkaar geknutseld.
3 Die aristokratische dame koopt al haar kleding in chice boutieks.
4 Ik zal spelfouten niet goed praten, maar er zit nogal een verschil tussen een gerenomeerde landelijke krant en een plaatselijk suffertje.
5 Het aantal fallissementen is het laatste jaar behoorlijk toe genomen.
6 Ons verassingsaanbod van deze week: capuccino met een appel punt.
7 In petits restaurants worden delicieuse petitfours geserveerd.
8 Vier verdachte zijn veroordeeld vanwege de ontvoering van de
groot industriëel Freddy Heineken.
9 Heden ten dagen moeten veel mensen genoegennemen met een slechtbetaalde baan.
10 De aggressieve man sloeg de kostbare Mingvaas aan gruselementen.
Sailant détail / Saillant detail / Saillant détail: LinguaLog heeft een van de foute zinnen ontleend aan een tekst van een professionele schrijver!
Volgende week de juiste antwoorden, mét een toelichting!
Veel succes!
A Kies de juiste spelling van de gecursiveerde woorden
1 Ons bedrijf heeft voortreffelijke dtp-ers / dtp'ers / dtpers in huis.
2 Op de juiste spelling van veel woorden valt geen pijl / peil te trekken.
3 Ik houd erg van het oplossen van annagrammen / anagrammen.
4 De honderd jarige / honderdjarige vierde haar verjaardag temidden / te midden van haar familie.
5 Zulk soort zinsconstructies zijn te allen tijden / te allen tijde / ten allen tijde fout.
6 In de negentiende eeuw mochten vrouwen niet schreilings / schrijlings op een paard zitten.
7 Mijn man is een vreselijke zoetekauw / zoetekouw.
8 Toendertijd / toentertijd scheven we nog met een kroontjespen.
9 Mijn moeder lijdt / leidt aan een beginnende Alzheimer / alzheimer.
10 Hoeveel Tweedekamer leden / Tweede Kamerleden / Tweede Kamer leden heeft D66 tegenwoordig?
B Elke zin bevat één of meer spelfouten. Spoor ze op.
1 Wie mij in een warenhuis, waar ook ter wereld, van ingang tot kassa bespied, zal opvallen dat mijn eerste gang die naar de papierwarenafdeling is.
2 Veel Sinterklaasurprises worden met crepepapier in elkaar geknutseld.
3 Die aristokratische dame koopt al haar kleding in chice boutieks.
4 Ik zal spelfouten niet goed praten, maar er zit nogal een verschil tussen een gerenomeerde landelijke krant en een plaatselijk suffertje.
5 Het aantal fallissementen is het laatste jaar behoorlijk toe genomen.
6 Ons verassingsaanbod van deze week: capuccino met een appel punt.
7 In petits restaurants worden delicieuse petitfours geserveerd.
8 Vier verdachte zijn veroordeeld vanwege de ontvoering van de
groot industriëel Freddy Heineken.
9 Heden ten dagen moeten veel mensen genoegennemen met een slechtbetaalde baan.
10 De aggressieve man sloeg de kostbare Mingvaas aan gruselementen.
Sailant détail / Saillant detail / Saillant détail: LinguaLog heeft een van de foute zinnen ontleend aan een tekst van een professionele schrijver!
Volgende week de juiste antwoorden, mét een toelichting!
Veel succes!
zondag 25 november 2012
LinguaLog leegt uw etymologische nood
LinguaLog kwam deze week in de krant de volgende zin tegen:
"Meer sociale huurwoningen verkopen, kan op korte termijn de nood ledigen."
In deze zin staan twee fouten: de komma na verkopen is niet terecht. LinguaLog had hierover vorig jaar al eens geschreven: het idee dat de lezers zinnen van meer dan tien woorden niet meer kunnen overzien. U merkt: LinguaLog is hier nog steeds boos over.
De tweede fout is eigenlijk veel interessanter. De nood ledigen, hoe doe je dat? Je hebt een glaasje nood, dat drink je leeg en dan is je nood weg – zonder naar de wc te gaan, want dat moet je als je veel drinkt. In de Bijbel, het Johannesevangelie, moet Christus de lijdensbeker leegdrinken. Speelt onze geschiedenis als Bijbelvast volkje misschien hier nog mee?
U weet vast wel dat de uitdrukking luidt: de nood lenigen. Lenigen betekent zacht maken. Het is afgeleid van lenig: soepel, buigzaam. Het komt in alle Germaanse talen voor. Lenig is een heel gewoon woord, maar lenigen komt eigenlijk alleen voor in verband met nood, en is bezig vergeten te raken. En wat gebeurt er dan: als je niet meer weet wat een woord eigenlijk betekent, breng je het in verband met een woord dat je wel kent en een passende betekenis heeft. En ledigen past dan wonderwel: als iets leeg is, is het ten einde.
Dit verschijnsel heet volksetymologie. Etymologie is de wetenschap die de herkomst van woorden bestudeert. De gewone mensen, het volk, zoeken ook naar de betekenis van wat ze zeggen: vandaar de term. Er zijn meer woorden die zo ontstaan zijn: hangmat, witbier, scheurbuik.
Hangmat komt van het Spaanse hamaca. Een hamaca wordt veel gebruikt in Latijns-Amerika, en wij maakten daarmee kennis in onze koloniale periode. Eerst noemden wij het hangmak, later werd het verbasterd tot hangmat.
Witbier is een verbastering van het Duitse Weizenbier. De Duitsers noemen het ook wel Weissbier, naar de lichte kleur ervan. Weizen betekent gewoon tarwe, maar dat wisten de meeste mensen niet.
Scheurbuik is al heel oud. We hebben allemaal op school geleerd dat de Kaapvaarders op hun lange zeereizen een tekort aan vitamine C kregen en ziek werden, en dat zuurkool dat probleem bleek te kunnen oplossen. De oorsprong van het woord is het Latijnse scorbutus, op zijn beurt afgeleid van het Noorse skyrbjugr (skyr, zure melk en bjugr, gezwel). Van openscheuren van je buik is geen sprake, maar je kunt er wel bloedend tandvlees en etterende wonden van krijgen. In de verhalen over de kaapvaart konden dit soort woorden gemakkelijk ontstaan.
LinguaLog denkt dat de nood ledigen ook deze weg zal gaan. Net als trouwens het woord bedoening, dat je regelmatig tegenkomt in de vorm bedoeling: het is daar een gezellige bedoeling.
De tijd zal het leren.
"Meer sociale huurwoningen verkopen, kan op korte termijn de nood ledigen."
In deze zin staan twee fouten: de komma na verkopen is niet terecht. LinguaLog had hierover vorig jaar al eens geschreven: het idee dat de lezers zinnen van meer dan tien woorden niet meer kunnen overzien. U merkt: LinguaLog is hier nog steeds boos over.
De tweede fout is eigenlijk veel interessanter. De nood ledigen, hoe doe je dat? Je hebt een glaasje nood, dat drink je leeg en dan is je nood weg – zonder naar de wc te gaan, want dat moet je als je veel drinkt. In de Bijbel, het Johannesevangelie, moet Christus de lijdensbeker leegdrinken. Speelt onze geschiedenis als Bijbelvast volkje misschien hier nog mee?
U weet vast wel dat de uitdrukking luidt: de nood lenigen. Lenigen betekent zacht maken. Het is afgeleid van lenig: soepel, buigzaam. Het komt in alle Germaanse talen voor. Lenig is een heel gewoon woord, maar lenigen komt eigenlijk alleen voor in verband met nood, en is bezig vergeten te raken. En wat gebeurt er dan: als je niet meer weet wat een woord eigenlijk betekent, breng je het in verband met een woord dat je wel kent en een passende betekenis heeft. En ledigen past dan wonderwel: als iets leeg is, is het ten einde.
Dit verschijnsel heet volksetymologie. Etymologie is de wetenschap die de herkomst van woorden bestudeert. De gewone mensen, het volk, zoeken ook naar de betekenis van wat ze zeggen: vandaar de term. Er zijn meer woorden die zo ontstaan zijn: hangmat, witbier, scheurbuik.
Hangmat komt van het Spaanse hamaca. Een hamaca wordt veel gebruikt in Latijns-Amerika, en wij maakten daarmee kennis in onze koloniale periode. Eerst noemden wij het hangmak, later werd het verbasterd tot hangmat.
Witbier is een verbastering van het Duitse Weizenbier. De Duitsers noemen het ook wel Weissbier, naar de lichte kleur ervan. Weizen betekent gewoon tarwe, maar dat wisten de meeste mensen niet.
Scheurbuik is al heel oud. We hebben allemaal op school geleerd dat de Kaapvaarders op hun lange zeereizen een tekort aan vitamine C kregen en ziek werden, en dat zuurkool dat probleem bleek te kunnen oplossen. De oorsprong van het woord is het Latijnse scorbutus, op zijn beurt afgeleid van het Noorse skyrbjugr (skyr, zure melk en bjugr, gezwel). Van openscheuren van je buik is geen sprake, maar je kunt er wel bloedend tandvlees en etterende wonden van krijgen. In de verhalen over de kaapvaart konden dit soort woorden gemakkelijk ontstaan.
LinguaLog denkt dat de nood ledigen ook deze weg zal gaan. Net als trouwens het woord bedoening, dat je regelmatig tegenkomt in de vorm bedoeling: het is daar een gezellige bedoeling.
De tijd zal het leren.
Abonneren op:
Posts (Atom)






