zondag 10 juni 2012

Kippenhok

Nederland heeft zijn eerste wedstrijd in het Europees kampioenschap verloren, tot verdriet van velen. Toch zijn er mensen die erg blij zijn met deze nederlaag: degenen die deze uitslag correct voorspeld hadden en er geld op ingezet hadden. Zoals zo vaak: de een zijn dood is de ander zijn brood.
Op allerlei plaatsen zijn pools gevormd, met als uiteindelijke winst de eeuwige roem (nou ja, een minuut of tien) of een grote som geld. En je zult maar Nederland inderdaad hebben laten verliezen: tel uit je winst, de eerste klapper is alvast binnen! En iedereen hoopt dat hij of zij de tweede poulewedstrijd goed voorspelt.
Pool en poule: twee woorden met dezelfde uitspraak, maar met een verschillende betekenis: pool is een wedsysteem, poule is een aantal sportploegen die samen in een groep spelen. Er zullen vast veel mensen zijn die die woorden door elkaar halen.
Toch lijken de twee woorden meer op elkaar dan je op het eerste gezicht denkt. Pool hebben we geleend uit het Engels, dat het op zijn beurt uit het Frans geleend heeft: poule. Poule betekent ook kip. Hoe kan dat nu? Sport was toch in oorsprong een mannenzaak en dat associeer je meer met haantjesgedrag.
De etymologen zijn ervan overtuigd dat de oorsprong van poule/pool inderdaad in het kippenhok ligt, ook al is het verband niet helemaal duidelijk. Ze denken dat de pot waarin de inzet gestort wordt, overeenkomst vertoont met het nest waarin de kip haar eieren legt. Die eieren worden elke dag geraapt, zoals de winnaar van de voorspellingen het geld uit de pot pakt.
Voor de volledigheid: ons eigen woord poel, meertje, heeft er helemaal niets mee te maken. Dat is een heel oud woord uit de tiende eeuw.
En wat dat kippenhok betreft: bij de voor- en nabeschouwingen van de wedstrijden zit er in de studio een stelletje 'deskundigen' met elkaar te praten; als de emoties hoog oplopen en ze door elkaar gaan praten, lijkt dat net een kippenhok, vindt LinguaLog. Een kippenhok met een hoog haantjesgehalte, dat weer wel…

zondag 3 juni 2012

In de ban van het voetballen?

De komende week begint het Europees kampioenschap voetbal en LinguaLog is er helemaal klaar voor! Nee, zij zit niet in een oranje T-shirt achter haar computer dit stukje te typen en zij maakt gewoon afspraken buiten de deur op het moment dat het Nederlands elftal speelt. De intimi van LinguaLog kunnen gerust zijn. Maar op het gebied van de taal is er natuurlijk van alles te beleven als er zo veel landen met zo veel talen bij elkaar zijn, en daarover gaat dit stukje.
Nederland speelt de eerste wedstrijden in Charkov in Oekraïne. We gaan eerst maar eens kijken naar de taal van het land. Daarbij beweegt LinguaLog zich natuurlijk op glad ijs, want zij kent geen Oekraïens. Verwacht dus geen wetenschappelijk betoog, maar zomaar wat gedachten.
Oekraïne is een betrekkelijk nieuw land. Het maakte decennialang deel uit van de Sovjet-Unie, maar sinds 1991 is het onafhankelijk. Voor die tijd spraken wij meestal over de Oekraïne, maar voor een onafhankelijk land is dat een beetje raar. Mocht de Veluwe zich ooit van Nederland afscheiden, dan heet het voortaan immers ook Veluwe.
In het land worden twee grote talen gesproken, Oekraïens in het westen en overwegend Russisch in het oosten. De officiële taal van het land is – natuurlijk – Oekraïens, maar de Russischsprekenden eisen nadrukkelijk een eigen positie op. LinguaLog denkt dat het mede een politieke kwestie is.

Oekraïens en Russisch zijn nauw verwante talen: beide behoren tot de Oost-Slavische taalfamilie. Ze hebben beide het Cyrillisch schrift, hoewel er in het Oekraïens enkele aanpassingen zijn. Bij een oppervlakkige beschouwing is het eerste wat opvalt het voorkomen van de letter i waar andere Slavische talen een o hebben. Zo is het woord voor nacht in alle Slavische talen noc (uitspraak: nots) of een variant daarvan, in het Oekraïens is het nic (nietsj).
Zoals gezegd: in het westen van het land spreekt men overwegend Oekraïens, en daar ligt ook de stad Lviv. Wij kennen de stad met zijn Russische naam Lvov. LinguaLog denkt dat taal hier politiek is: als je pro-Russisch bent, zeg je Lvov, anders Lviv. Anderzijds: het Nederlands elftal speelt in Charkov, helemaal in het oosten van het land, waar Russisch de overwegende taal is. In het Oekraïens heet de stad Charkiv.
De naam Oekraïne betekent grensland, en dat blijkt ook uit de taal: het heeft betrekkelijk veel Poolse leenwoorden. Veel mensen weten dat werk in het Russisch rabota is (daar komt het woord robot vandaan). Het Oekraïens heeft in plaats daarvan het Poolse woord praca.
Gelukkig heet voetbal gewoon foetbol, waaruit je trouwens kunt concluderen dat het woord niet uit het Duits, maar uit het Engels geleend is.

LinguaLog wenst u veel taal… o, nee, kijkplezier!

maandag 28 mei 2012

Rrrrrrrr

Nee, LinguaLog heeft het niet koud, integendeel. Dit stukje gaat over de r.
Een r maakt soms een wereld van verschil. Het is Pinksteren en prachtig weer, en dus komt de barbecue uit de schuur en verassen we onze vrienden op een heerlijk buitenfeest.
Huh? Ziet u wat er fout is?
Ja, het moet natuurlijk verrassen zijn. Verassen gaat ook op een soort barbecue, maar zo leuk is dat niet. Hoe komen zulke fouten tot stand? Beide woorden klinken nagenoeg hetzelfde. Proef de woorden maar, volgens LinguaLog wordt bij verrassen de r iets nadrukkelijker uitgesproken; maar het kan ook zijn dat zij, nu ze het woord voor dit stukje uitspreekt, het extra netjes doet.
LinguaLog heeft geen oplossing voor dit probleem, het is waarschijnlijk gewoon een kwestie van goed opletten, en vooral: wéten dat er een probleem is.

Na afloop van het feestje kun je zeggen dat je op een heerlijke barbecue vergast bent.
Ha, nu zie ik de fout, hoor ik u denken.
Maar nee, deze zin is helemaal goed, hoe raar het ook klinkt!
Vergast is het voltooid deelwoord van vergasten, maar ook van vergassen. Als u verwarring wilt voorkomen, moet u de zin anders formuleren, maar let op:
In de verleden tijd kan het bij vergasten/vergassen wél fout gaan:
Ik vergastte mijn vrienden op een barbecue – ik vergaste mijn vrienden op een barbecue.
In het tweede geval zult u de eerstkomende tijd niemand meer vergasten, want dan bent u zelf te gast, in de gevangenis!

Zo leiden fouten dus geregeld tot komische situaties. Het nadeel van een column als deze is dat, als iedereen nu ineens foutloos gaat schrijven, er niets meer voor taalbloggers overblijft…

Veel plezier, als u vanavond een barbecuefeestje hebt!

zondag 20 mei 2012

Bosuien

Albert Heijn heeft weer iets! Het concern lijkt, in tegenstelling tot de meeste andere mensen, nog steeds in een maakbare samenleving te geloven; op zijn minst in een maakbare taal. Afgelopen woensdag schreef Aaf Brandt Corstius in de Volkskrant een column over de bosuien bij Albert Heijn. Die bleken ineens omgedoopt te zijn in salade-uien. ABC vroeg zich af waarom. In deze column krijgt u daar geen antwoord op, want LinguaLog weet het ook niet. Wel heeft zij zo haar vermoedens.
Wat zijn bosuien eigenlijk? Preiachtige uitjes die met z'n drieën verkocht worden in een zakje of met een elastiekje eromheen. En die uien komen natuurlijk niet uit het bos, tussen de bomen vandaan. Zoals wij allemaal, behalve blijkbaar Appie dan, weten, is er verschil tussen het bos en de bos. Het bos is een verzameling bomen, de bos is een bundel. Bundel betekent trouwens tegenwoordig een setje telefoonfuncties met een virtueel touwtje eromheen. Bij bosuien gaat het om de bos. Net als bij bospeen. Nee, die groeien ook niet in het bos! In de prehistorie misschien wel, maar dat weten we niet meer.
Albert Heijn zet de mensen hiermee trouwens lelijk op het verkeerde been, want het heeft wel de naam van bosuien veranderd, maar bospeen heet nog steeds zo. En nu zou LinguaLog zomaar kunnen denken dat bospeen wél uit het bos komt, want anders hadden ze die naam ook wel veranderd. LinguaLog doet uit protest tegen de gang van zaken géén suggesties voor hoe je bospeen dan zou moeten noemen!
Bosbessen is een ander geval: dat zijn echt bessen die uit het bos komen. LinguaLog heeft ze nog geplukt toen ze een LinguaLogje was, en meer recent in Denemarken. Die worden tegenwoordig door bijna alle handelaren verkocht als blauwe bessen. LinguaLog vindt dat jammer: bosbessen klinkt veel romantischer en het is ook beter voor de natuureducatie van onze kinderen.
Salade-uien: het woord ziet er ook niet uit, met dat streepje. Het siert Albert Heijn dat het dat streepje überhaupt nog zet, want de spelling salade uien ligt op de loer. Het woord salade-uien is immers wel héél lang geworden en dat kunnen de mensen tegenwoordig niet meer behappen. Bosuien ging nog net. In de oosterse keuken worden bosuien trouwens ook niet uitsluitend over de sla gestrooid.

Want het eind is zoek: immers, wat doe je met aardappels en aardbeien: aardappels groeien ín de aarde en aardbeien niet. Straks gaan al die stadsmensen nog denken dat aardbeien ook in de grond groeien. En tuinbonen: het suggereert dat alle andere bonen niet in de tuin groeien.

Daarom: richt een actiegroep tot behoud van de bosui op, boycot de bosui bij Albert Heijn en ga naar een groenteboer die nog wel bosuien verkoopt!

Eet smakelijk en tot de volgende keer.

zondag 8 april 2012

Metafoor

LinguaLog heeft het druk. Zij gaat binnenkort verhuizen.
Zij was daarvoor op zoek gegaan naar een verhuisbedrijf. Die bedrijven hebben allemaal een naam, meestal genoemd naar de oprichter ervan. Taalkundig zijn die niet zo interessant. Een andere categorie vormen namen die afgeleid zijn van woorden als verhuizen en transport.

Er is één bedrijf dat zijn klassieken kent: in Eindhoven is verhuisbedrijf Meta gevestigd.
Meta- is een voorvoegsel/voorzetsel en komt uit het Grieks. In samengestelde woorden duidt meta een verandering aan: bijvoorbeeld metamorfose.  
Metafoor kennen we uit de literatuur. Bij een metafoor wordt een beeld uit het ene woordveld overgebracht naar een ander woordveld, op grond van betekenisovereenkomst. Zo kan iemand branden van verlangen: het gevoel dat iemand dan heeft, kun je omschrijven als fel, flakkerend: zo wordt een woord uit de sfeer van brand en vuur overgebracht naar een andere sfeer.
En zo is de stijlfiguur metafoor zelf ook een metafoor.

Er zijn nog veel meer, bijna allemaal Griekse, voorvoegsels in onze taal.
In de chirurgie zijn er grofweg twee soorten operaties: de ene is waarbij je in een lichaamsdeel snijdt, maar het deel zelf laat zitten, bij de andere soort snijd je het zieke gedeelte eruit.
De termen ervoor zijn endotomie en ectomie. Endo- betekent naar binnen, ec- betekent eruit.
Zo betekent hysterectomie het verwijderen van de baarmoeder. 


Het voorvoegsel kata-/cata- betekent naar beneden. We kennen allemaal het woord catastrofe. En een catalogus lees je van boven naar beneden.

Apo- betekent weg. Een apotheek is in oorsprong een magazijn, waar je spullen weglegt. En een apostel werd erop uitgestuurd om het christendom te verbreiden.

Soms is de oorspronkelijke betekenis van het voorzetsel niet meer goed herkenbaar. Dat was trouwens bij de oude Grieken al zo. De meeste voorzetsels kregen naast een letterlijke ook een figuurlijke betekenis.
Ana- is zo'n voorvoegsel. We kennen het uit analyse, anagram en anatomie. Ana- betekent omhoog.
Bij een anagram zijn de letters verplaatst, maar het element omhoog is niet meer te zien. Hetzelfde geldt voor anatomie. En analyse is gevormd van een andere letterlijke betekenis van ana: verspreid over, overal in. Maar ook met die betekenis zijn de twee elementen van het woord niet gemakkelijk te herleiden: overal losmaken.

LinguaLog gaat verder met haar eigen metafoor: dozen inpakken.
Tot die tijd zult u LinguaLog even moeten missen, tenzij er op taalgebied iets heel bijzonders gebeurt. Schrijvend Nederland moet dus niet denken dat het zijn gang kan gaan!
Tot over een paar weken!

zondag 1 april 2012

Bollen uit het oosten

Vorige week vertelde LinguaLog de verhalen die aan de hyacint en de narcis ten grondslag liggen. Vandaag is het tijd voor nog twee bloembollen die je veel in Nederlandse tuinen ziet, de krokus en de tulp. Mythologieverhalen krijgt u deze keer niet, maar vooruit, een klein verhaaltje over de tulp zit er wel aan.
Krokussen zijn er in vele soorten, maar de naam is ontleend aan een krokussoort uit Azië die een gele kleurstof produceert, saffraan. Het woord krokus komt uit het Grieks, krokos, en dat is op zijn beurt aan het Semitisch ontleend, karkom/kurkum. Die ontlening heeft al in de oudheid plaatsgevonden. Wat het woord betreft: de r is in het Grieks van plaats gewisseld met de klinker: kur- / kro-. Zo'n verschijnsel heet metathesis en komt veel vaker voor, vooral bij de r: Gel-dorp werd Geldrop en ons vorst luidt in het Engels frost.
Liefhebbers van de Indonesische keuken herkennen in het Arabische kurkum direct kurkuma, de gele kleurstof uit de geelwortel. Hier is dus de naam van de speciale krokus vanwege de overeenkomstige eigenschap overgegaan op een andere plant.
Saffraan komt via het Arabisch uit het Perzisch: za'faran betekent geel

Tulp
De tulp, een van de symbolen van Nederland, is in oorsprong helemaal geen Nederlandse bloem. Ook de tulp komt uit het Midden-Oosten. In het Perzisch/Turks heette de bloem tulbend: als de bloem wijd geopend is, kun je er een gelijkenis met een tulband in zien. Het woord tulp is via het Franse tulipan bij ons gekomen. De laatste lettergreep -an verviel, omdat die als uitgang gezien werd.
De tulp is rond 1550 in West-Europa geïntroduceerd door de Weense ambassadeur in Turkije. Hij schreef over de bloemen die hij in Turkije gezien had en stuurde enkele zaden naar Oostenrijk. Iets later werden ze ook in de Nederlanden ingevoerd.
Rond 1635, midden in de Gouden Eeuw, bereikte de tulpenhandel een hoogtepunt. De prijzen stegen tot astronomische hoogte: rond 1637 was een lading tulpenbollen evenveel waard als een Amsterdams grachtenpand. Er werd gespeculeerd in tulpen die nog in de grond zaten. Deze gekte wordt wel tulpomanie genoemd, en wordt als eerste speculatiebubbel beschouwd in de economische geschiedenis. Maar bubbels hebben de eigenschap op een gegeven moment uit elkaar te spatten, en dat gebeurde ook met de tulp: op 3 februari 1637 stortte in Haarlem de handel abrupt in en hetzelfde gebeurde een paar dagen later overal in Holland en Utrecht. Velen dreigden failliet te gaan. Na verloop van tijd trok de handel wel weer aan, maar de extreme prijzen waren definitief voorbij.
Populair is de tulp altijd gebleven, hoewel de smaak qua kleuren in de loop der tijd nogal veranderd is. De afbeelding uit 1637 in deze column illustreert dat.
Tot de volgende keer!

zondag 25 maart 2012

Antieke bollen

Hoera, het is prachtig weer en LinguaLog heeft de lente in het hoofd. Je kunt je dan wel de hele dag met taal bezighouden, maar er is ook nog natuur en die heeft niet zo veel met taal te maken.
Alhoewel?
De bloembollen staan in bloei. De krokussen zijn zelfs al uitgebloeid, de tulpen van LinguaLog bloeien nog net niet, het is nu echt de tijd van de narcissen en de hyacinten. En ja hoor, daar kan LinguaLog wat mee.
De bloemen zelf zijn natuurlijk al duizenden jaren oud, maar aan de namen ervan zijn in de oudheid verhalen verbonden geraakt.
De Griekse namen narkissos en hyakinthos zijn zelf trouwens ook ouder dan de verhalen. Taalhistorici hebben gevonden dat woorden op -issos en -inthos voor-Grieks zijn, dus niet Indo-Europees. Dat geldt ook voor labyrint en Korinthe: heel oude woorden die de Indo-Europeeërs overnamen toen ze in Griekenland terechtkwamen.
De verhalen over Narcissus en Hyacinthus zijn algemeen bekend geworden dankzij de Romeinse dichter Ovidius, schrijver van de Metamorphoses.

Hyacinthus
Hyacinthus en Apollo hielden op een dag een wedstrijd discuswerpen. Apollo wilde indruk maken, omdat hij veel van Hyacinthus hield. Hyacinthus wilde de ver weg geworpen discus opvangen, maar werd dodelijk gewond toen de discus op zijn hoofd viel. Volgens een andere versie was Zephyrus, de westenwind, jaloers op Apollo, en blies daarom de discus in de richting van Hyacinthus' hoofd.
Na diens dood ving Apollo het bloed van Hyacinthus op en maakte er een bloem van.

Narcissus
Aan de moeder van Narcissus was bij zijn geboorte voorspeld dat hij zou blijven leven als hij zichzelf maar niet kende. Narcissus wilde niets van liefde weten en wees iedereen af. Enkel de jacht interesseerde hem. Op die manier had hij al meerdere vrouwen teleurgesteld. Een van die vrouwen vroeg aan de god om Narcissus hiervoor te straffen. Op een dag was Narcissus moe van de jacht en wilde hij zijn dorst lessen met water uit een heilige vijver. Op dat moment zag hij zichzelf in de weerspiegeling van het water en… hij werd verliefd op de jongen die hij daar zag, zich niet realiserend dat hij het zelf was. Hij wilde de verschijning kussen en omhelzen, wat natuurlijk niet lukte. Hij dacht aan niets anders meer, at en dronk niet meer en verloor zijn schoonheid, kwijnde weg en stierf. De nimfen wilden hem verbranden, maar hij was nergens te vinden. Het enige wat overbleef was een bloem, van binnen geel en met witte blaadjes, die naar Narcissus genoemd werd.

Volgende week een blog over de krokus en de tulp, maar zonder verhalen!
Geniet nog maar even van de heerlijke geur van de hyacinten!